Het vak | Schrijver Gert Jan de Vries over de struikelgang naar Matthijs van Nieuwkerk

Wat voor hindernissen moeten schrijvers nemen voor ze kunnen rekenen op enige bekendheid? Gert Jan de Vries, schrijver en oprichter van het eboekplatform Boenda, zet ze op een rijtje en geeft tenslotte nog enkele tips.

Welke hindernissen moet een schrijver nemen voor hij kan aanschuiven bij bijvoorbeeld Matthijs van Nieuwkerk? foto: Bob Bronshoff

Welke hindernissen moet een schrijver nemen voor hij kan aanschuiven bij bijvoorbeeld Matthijs van Nieuwkerk?
foto: Bob Bronshoff

Volgens een hardnekkige urban myth zijn er zo’n miljoen schrijvers in Nederland en die willen allemaal bij Matthijs van Nieuwkerk aan tafel beroemd worden. Ik ben er eentje van, met onder pseudoniem, als ghostwriter en onder mijn eigen naam al zo’n twintig titels op de markt. En ja, ik ben één keer bij Matthijs aan tafel geweest, maar dat was toen hij alleen nog maar een slecht beluisterd lokaal radioprogramma had, ergens rond het midden van de achttiende eeuw. 

Ik ben in de jaren die volgden recensent geweest, redacteur bij een grote uitgeverij, werknemer van een subsidie-instituut en tegenwoordig ben ik mede-eigenaar van een kleine uitgeverij. Ik ken zodoende de hele hindernisbaan op weg naar de tafel van Matthijs en die route wil ik hier graag uit de doeken doen.

Hindernis 1 De uitgever

Je boek is af, je stuurt het op. Het voortraject laat ik gemakshalve buiten beschouwing. Dat is het moeilijkste stuk, maar dat telt nu niet.

Om je een idee van je kansen te geven op de markt: in mijn tijd bij De Arbeiderspers (vorige eeuw) nam ik eens in de drie à vier weken samen met een collega alle ongevraagd ingestuurde manuscripten door. Die werden opgeslagen in wat we liefdevol de slushpile noemden, een stapel die in enkele weken aangroeide tot een hoogte van zo’n anderhalve meter.

http://schrijversbende.nl/bz_bookringer-juul-abbing/?isbn=9789491363436&srch=%22tour%20de%20farce%22%20%22tess%20franke%22&rft=

Tour de farce is het meest recente boek van De Vries. In heel Utrecht was er maar een boekhandelaar die een exemplaar inkocht. Tot het verschijnen van de eerste recensies…

De naar schatting vijftig tot honderd kandidaat-PC Hooftprijswinnaars werden door ons in een meedogenloos tempo afgewerkt. Na drie uur hadden we er maximaal een handjevol over die door mochten naar de volgende ronde. Daar sneuvelden ze dan bijna allemaal alsnog.

Al dat talent, al die kansen voor een beginnend redacteur om zijn slag te slaan. Ik kon mijn geluk nauwelijks op. Ik kreeg de kans om de nieuwe Jan Wolkers, Nelleke Noordervliet of desnoods Peter Drehmanns te ontdekken. Wat een eer! Het zou jaren duren voordat ik besefte dat mijn collega’s het zagen als corvee.

We lazen nauwelijks. De uitgeverij had tientallen of misschien wel honderden auteurs die regelmatig manuscripten inleverden. Op nieuwe zaten we niet te wachten, tenzij de kwaliteit dwars door de envelop heen de hele kamer verlichtte. En dus konden we streng zijn. We keken eerst of de postzegel wel recht op de envelop zat. Of er geen fouten in de begeleidende brief stonden. Wie het paradijs wil betreden komt per slot niet op vuile voeten.

http://schrijversbende.nl/bz_bookringer-juul-abbing/?search=%22ilja+leonard+pfeijffer%22&x=0&y=0

Een van de weinige ontdekkingen van De Vries als lector: Ilja Pfeijffer.

Wie na deze check nog niet was afgevallen liep het risico dat we in het manuscript zelf gingen lezen. Zelden meer dan een alinea, natuurlijk. Hadden we dan nog geen reden tot afwijzing ontdekt, dan lazen we de hele bladzij. In het meest extreme geval lazen we ook de laatste en middelste pagina. Leverde ook dat geen excuus op om het af te danken, dan ging het mee voor een echte beoordeling.

Was dit een onredelijke manier van doen? Vermoedelijk wel, maar we konden ons de luxe veroorloven. En we vonden ook echt wel eens wat op deze manier, Ilja Pfeijffer bijvoorbeeld.

Je begrijpt dat je kans om binnen te komen bij een uitgever niet groot is. Met je manuscript in de hand naakt door de redactieruimte van een uitgeverij gaan rennen biedt vermoedelijk meer kans dan zomaar iets opsturen. Of een directe introductie via een kennis. Of een literair agent.

Hindernis 2 De boekhandel

Stel dat je op een of andere manier bij de uitgever onder de aandacht bent gekomen. Ben je er dan?

Nee. Ik voorspelde vele hindernissen en die zijn er ook. Geert van Oorschot liet ooit een roman drukken van de schrijver Albert Helman en kreeg vervolgens ruzie met hem. In plaats van het boek naar de boekhandels te sturen, liet Van Oorschot de hele eerste druk regelrecht naar De Slegte brengen. De auteur werd dus wel min of meer gepubliceerd, maar hij kreeg geen cent royalty en het boek is nooit door een recensent besproken.

Zelf heb ik ooit in opdracht twee deeltjes Grijpstra & de Gier geschreven voor een uitgever die een deal had gesloten met de producent van de gelijknamige televisieserie. Nadat ik deel 2 had ingeleverd werd de boekenreeks zonder opgaaf van redenen gestaakt. Ik heb netjes betaald gekregen, maar het voltooide manuscript is nooit meer geworden dan dat.

Maar stel dat je ook deze hindernis overwint, dan nog ben je er nog steeds niet helemaal. Boekhandels moeten je pennenvrucht nog inkopen. Ako en Bruna doen dat per definitie niet, want die handelen alleen in bestsellers. Hoe boeken dat worden, is hun zorg niet.

De uitgeverij heeft doorgaans een aantal vertegenwoordigers in dienst, beschikt over een afdeling ‘verkoop binnendienst’ en maakt dure prospectussen om jouw werk onder de aandacht van de boekhandels te brengen in de hoop dat die het inkopen. En dat lukt echt niet altijd. Sterker nog, het lukt veel vaker niet dan wel.

Hindernis 3 De krant

Het boek ligt in de winkel. Kom je nu bij, nou vooruit, dan maar bij Humberto?

Haha. Dat dacht je. The medium is the message. TV doet hooguit wat met je als je enorm bent opgevallen, bijvoorbeeld doordat je het twaalfjarige kind bent van twee bestsellerauteurs of doordat je naar men zegt naakt over de redactie van een uitgeverij hebt gedanst om aandacht te trekken.

En dat weten ze bij de TV hooguit doordat de publiciteitsafdeling van de uitgeverij heel goede contacten met Humberto onderhoudt. Normaliter moet je eerst op audiëntie bij de gedrukte media: het recensie- en interviewcircuit.

Ook daar is het weer een kwestie van opvallen. Interviews komen er pas als recensenten je werk hebben besproken. En recensenten worden overspoeld met nieuwe boeken. Ook die selecteren dus, met wederom een grote kans dat je afvalt.

Zeven jaar ben ik thrillerrecensent van NRC Handelsblad geweest, waarvan de eerste jaren recensent van zowel de Nederlandse als de buitenlandse thrillers. Ik besprak ruwweg elke week een boek – al vallen er bij zo’n krant makkelijk tien weken per jaar uit door vakantie-edities en andere onregelmatigheden.

Ik ontving gemiddeld zo’n veertig boeken per week. Daar kon er dan eentje van in de krant. Voordat ik aan bespreken toekwam, moest ik thuis eerst dozen en pakketjes de trap op sjouwen, die zorgvuldig ontmantelen en me ontdoen van het vele verpakkingsmateriaal. Recenseren is zwaar werk. Na een jaar heb je een werkkamer stampvol boeken en die moeten er allemaal weer uit, de trap af, in kratten en dozen naar een opkoper of een bejaardenhuis.

Na het uitpakken begon het feitelijke selecteren, maar hoe? In elke zending zaten wel enkele beroemdheden, maar je wil natuurlijk meer dan de zoveelste Faulks, Ferdinandusse, Fleming, Forsyth of Francis bespreken. Je wilt ook pareltjes vinden, bijzondere thema’s of stromingen signaleren en opmerkelijke debutanten ontdekken. Kiezen is verliezen.

http://schrijversbende.nl/bz_bookringer-juul-abbing/?isbn=9789041425782&srch=%22simone%20van%20der%20vlugt%22&rft=En dan, wat is het effect van wat de recensent doet? Misschien is het hoopgevend voor beginners dat een recensent niet alle macht heeft. Ik heb menig boek van Simone van der Vlugt gekraakt om het vervolgens terug te vinden aan de top van de jaarlijkse verkooplijsten. Ik heb juichrecensies geschreven over het fabelachtig intrigerende werk van Willem Asman zonder dat die ooit een bestseller scoorde.

http://schrijversbende.nl/bz_bookringer-juul-abbing/?search=casssandra+paradox&x=0&y=0Nou kan ik een onbenul van een recensent zijn geweest, hoor ik je denken. Helemaal uitsluiten kan ik dat zelf niet. Maar in mijn beginperiode pikte ik de eerste vertaling uit de stapel van de nog onbekende schrijver Dan Brown, Het Bernini Mysterie. Toen een half jaar later De Da Vinci Code verscheen stond er een quote uit mijn recensie achterop, net als op alle één miljoen exemplaren die ervan verkocht zouden worden, met één miljoen keer mijn naam verkeerd gespeld…

Hindernis 4 Het aanbod

Goed goed, je weet op een of andere raadselachtige wijze de recensiehindernis te nemen. De redacties van Jeroen, Matthijs en Humberto reageren nooit op de mailtjes van de PR-afdeling van je uitgeverij, maar Andries of Wim Brands, dat moet toch lukken?

Vergeet niet dat de programma’s die wel iets met boeken doen, zelden meer dan twee boeken per week behandelen. En er verschijnen er in Nederland 30 à 40 per dag. Schrijvers zijn doorgaans niet best in kansberekening (anders waren ze dat wel gaan doen), maar je moet grofweg kunnen beredeneren dat je nog altijd vrijwel kansloos bent.

Het zal duidelijk zijn. De weg naar succes is lang en vol hindernissen. Je kunt op alle niveaus en in alle stadia worden afgewezen, maar welbeschouwd zegt dat helemaal niet zoveel. Het betekent in geen geval dat je niet interessant of goed bent. Daarbij is uitgegeven worden niet zaligmakend. Ook als je wel wordt uitgegeven, blijft het sappelen. Voor de crisis verdienden schrijvers gemiddeld € 3600 per boek. Als je bedenkt dat in dat gemiddelde de auteurs meetellen die tonnen of zelfs miljoenen per jaar verdienen – ja, die zijn er – dan snap je wel dat de meeste schrijvers ver onder die € 3600 blijven. Sinds de crisis is de boekenmarkt met tientallen procenten gekrompen en de schrijversinkomens met nog ietsje meer. Daarom tot slot enkele tips.

Tip 1 Geniet van het schrijven zelf

Schrijvers eindigen doorgaans kinderloos, verslaafd aan alcohol, drugs en rookwaar. Ze sterven jong na een leven vol geldzorgen, ruzie, psychiatrische behandelingen en ongemak. Als je dat per se nastreeft, moet je vooral doorgaan. Maar zeg later niet dat ik je niet heb gewaarschuwd.

Of om het aardig te zeggen: probeer te genieten van het schrijven zelf. De creatieve daad, het scheppen, is het echte wonder. Het is en blijft een sensatie om iets te maken dat er tot nu toe niet was. Stop daar je energie en je enthousiasme in, dan zul je merken dat je er een onevenaarbaar genoegen uit kunt halen. Je bent een kunstenaar, ook als het succes uitblijft.

Tip 2 Professionaliseer

Alles begint met professionaliseren. Volg cursussen, zonder je af, lees je suf, meld je bij de Boekenmakersbende, zoek een persoonlijke redacteur, meld je aan bij een literair agent. Het is allemaal de moeite meer dan waard. Heb je voldoende tijd, kies dan de beste leerschool die er bestaat: eindeloos lezen en schrijven.

Tip 3 Ga digitaal

Het schrijverschap zoals wij dat kennen is ongeveer anderhalve eeuw oud. Voor die tijd bestond er nauwelijks zoiets als literatuur, dus op de schaal van de wereldgeschiedenis hebben we het over een recente mode. De drukpers is flink ouder, maar ook die zijn we na vijfhonderd jaar trouwe dienst aan het afdanken. De papieren wereld draait haar laatste rondjes.

Digitaal is het nieuwe paradigma. En digitaal publiceren – e-boeken! – gaat onmiskenbaar de nieuwe standaard worden, al probeert het hele boekenvak dat nu nog hartstochtelijk te ontkennen. Ach, over de monniken die een half millennium geleden protesteerden tegen dat onpersoonlijke drukwerk hoor je ook niemand meer.

De eerste internetbestseller was Fifty Shades of Grey. Omdat het verdienmodel op internet nog niet deugt, dook het in de papieren wereld op om geld op te leveren en dat lukte meer dan een beetje. Dat is een voorbode.

www.boenda.nlIk ben zelf een paar jaar geleden begonnen met Boenda, een eBoekplatform dat je helpt met publiceren. Sterker nog, dat je in één keer lanceert tussen alle andere schrijvers. Boenda is een democratische eBoekhandel en nu al de grootste onafhankelijke in Nederland. Daar kun je altijd beginnen met publiceren.

Toegegeven, het verdienmodel op internet is nog steeds niet oké, maar Boenda geeft het goede voorbeeld. Van de winkelomzet die je maakt, krijg je zelf 90%. In de papieren wereld is dat 10%.

Wie weet gaat Boenda ook wel een half millennium mee. Dus als je er nu aan begint mee te doen, heb je flink de toekomst. Je moet alleen zelf de PR doen voor je boek of daar iemand voor inhuren. Misschien kun je beginnen met in je nakie op YouTube je boek aan te prijzen…

Gert Jan de Vries bij de uitreiking van de BoekenmakersbendeGert Jan de Vries (1963) is in willekeurige volgorde schrijver, vertaler, recensent, samensteller en redacteur. Hij is gepromoveerd in de letterkunde, werkt en werkte o.a. voor de Volkskrant, Maatstaf, De Arbeiderspers, Elsevier, NRC Handelsblad en Top Gear Magazine. Hij is oprichter/mede-eigenaar van eBoekplatform Boenda. Als schrijver is hij ook bekend onder de naam Tess Franke. Zijn meest recente boek is Tour de farce.

Nog niet uitgelezen? Ga naar dit blog van Cathelijne Esser.

Share Button
  1. Indrukwekkend en tegelijkertijd angstaanjagend. Ooit heb ik bij Ankh Hermes een boek uitgegeven. Het is nooit bij De Slegte terecht gekomen maar toch namen ze de volgende 3 boeken niet in overweging omdat ik te weinig verkocht. Ik verkocht zelf veel via lezingen. Nu heb ik het ook geprobeerd via Humberto. Leuk kontakt met een medewerkster van hem en zelfs 2 boeken toegestuurd….daarna wordt het stil…. Jammer! Bekende auteurs hebben dus het alleenrecht en dat vind ik jammer.

geef een reactie