Striptekenares Barbara Stok | In films wil ik het liefst helden zien, in stripboeken echte mensen

Barbara Stok is een van de bekendste Nederlandse striptekenaars. In dit interview vertelt ze over haar net verschenen boek Vincent, over de autobiografische strips die ze tot nu toe maakte en over haar zoektocht naar zin. door Roos Geerse

foto: Corbino

foto: Corbino

Je werk is altijd heel persoonlijk geweest. Zo vertel je over je RSI en jullie pogingen om zwanger te worden. Kun je zeggen waarom je dat doet? De meest intieme onderwerpen leveren vaak de beste verhalen op. Vanuit een persoonlijk perspectief kan ik grote vragen aan de orde stellen. In mijn best geslaagde strips zit de verdieping er onderhuids in.Het mooie van autobiografische strips in het algemeen is dat ze lezen als een soap. Je wordt even helemaal in een ander leven gezogen. En dit genre is heel afwisselend. In één boek kunnen zowel ontroerende als komische verhalen zitten. Soms is het poëtisch, soms pure slapstick. Net als het echte leven.

Je bent in je strips steeds meer gaan zoeken naar manieren om het leven zinvol te maken, lijkt het. Is het maken van strips iets dat je helpt om die zin te vinden? De rode draad in mijn werk is de vraag wat is nou echt belangrijk in het leven en wat niet? Ook in mijn eerste boek komt dat thema al aan bod. Dat heeft me gewoon altijd al geïnteresseerd. Strips maken, verhalen schrijven, is voor mij heel belangrijk. Dat geeft mij voldoening. Als het een dag niet goed lukt, word ik echt kribbig.

Drie jaar geleden werd je gevraagd een boek te maken over Vincent van Gogh. Weet je nog wat je eerste reactie was? Ik was heel blij met zo’n grote opdracht. Zijn schilderijen vond ik altijd al prachtig, maar ik wist verder nog niet bijzonder veel over Van Gogh. Inmiddels ben ik een kenner.

Vincent heeft een duidelijke vorm. Op veel pagina’ is nauwelijks tekst te vinden, in plaats daarvan zien we met Vincent de details, landschappen en scenes die we kennen van zijn schilderijen, en dan weer laat je ons een van zijn brieven lezen. Wist je al snel dat je het boek zo moest maken? Nee, zeker niet. Ik had van het Van Gogh Museum alle vrijheid gekregen, wat fantastisch is natuurlijk. Maar als alles kan, is het moeilijk kiezen. Ik ben twee keer volledig opnieuw begonnen met het schrijven van het scenario, omdat ik telkens nog niet tevreden was.

Jouw Vincent zegt vaak poetische dingen, bijvoorbeeld aan het einde van het boek. Komen die letterlijk uit zijn brieven? Vrijwel alles wat Vincent zegt, komt uit zijn brieven. Ik wilde hem geen woorden in de mond leggen die hij nooit gezegd zou kunnen hebben. Ik wilde zo dicht mogelijk bij hemzelf blijven. Maar ik heb de teksten niet letterlijk overgenomen. Meestal zijn het samengevoegde fragmenten uit verschillende brieven, die ik nog aangepast heb aan de hedendaagse spreektaal.

Je hebt geen tekenopleiding gevolgd en toch is je stijl niet of nauweljks veranderd sinds je tamelijk plotseling begon met het publiceren van je strips. Kun je daar iets meer over vertellen? In het begin deed ik maar wat. Ik had een opleiding fotografie gedaan, en was dus wel gewend in kaders te denken en naar de compositie van een plaatje te kijken. En ik schreef veel en schilderde wat. Maar mijn eerste tekeningen zien er eigenlijk niet uit. Anderzijds heeft die onbeholpen stijl wel zijn charme en het past bij de dagboek-achtige sfeer van de verhalen.

Heb je sinds je strips maakt veel geleerd, bijvoorbeeld over het uitdrukken van emoties in beeld? Mijn tekenstijl is in de loop der jaren ontzettend verbeterd. Ik ben steeds dikkere lijnen gaan gebruiken. De tekeningen zijn grafischer geworden, ik zorg expres dat het perspectief niet klopt. De figuurtjes hebben meer vorm gekregen, terwijl ik de gezichtsuitdrukkingen nu bewust ingetogener maak, minder karikaturaal.
Wat ik maak, lijkt heel makkelijk. Maar elk lijntje moet precies op de goede plek zitten en ik denk over elke zin uitgebreid na. Daar ben ik ambitieus in. Ik wil de best mogelijke verhalen maken.
De teksten zijn voor mij het begin van elke strip. Ik bedenk eerst de dialoog. Daarna ga ik schuiven en puzzelen tot het een goed verhaal wordt. Ik kan heel lang over één zinnetje doen. Want het moet precies kloppen. Pas als ik helemaal klaar ben met schrijven, begin ik met tekenen.

Van wat voor boeken, films enzovoort hou je? Heb je een voorkeur voor boeken die gebaseerd zijn op de werkelijkheid bijvoorbeeld of mogen ze ook pure fictie zijn? Ik lees veel non-fictie. Veel filosofie. In strips houd ik het meest van realistische verhalen in een cartooneske tekenstijl, zoals het werk van Joe Matt, Peter Bagge, of Daniel Clowes. In films is het precies omgekeerd: daarin houd ik juist van science fiction. In films wil ik het liefst helden zien, in stripboeken echte mensen.

Kun je een bekende graphic novel noemen die je mensen kunt aanraden die sinds hun jeugd geen strips meer hebben gelezen? Of anders een stripmaker die nog niet zo bekend is misschien, maar wel erg goed? Ik kan Maus aanraden van Art Spiegelman. Een klassieker. Of Hey, Buddy!‘ van Peter Bagge. Daar is het bij mij mee begonnen.

Kun je zelf ook strips lezen die visueel niet aantrekkelijk zijn, maar inhoudelijk wel interessant zijn? Of andersom? De inhoud staat voor mij voorop. Van een slecht getekende strip met een steengoed verhaal kan ik intens genieten. Dat geldt niet voor een prachtig getekende strip die inhoudelijk zo plat als een dubbeltje is. Dan haak ik af.

Kun je dan tenslotte nog een of twee titels noemen van gewone boeken, films of documentaires die je zelf heel goed vond? Ik heb pas Elegant als een egel gelezen van Muriel Barbery. Dat vond ik steengoed. Ik was ook erg onder de indruk van Cloud Atlas die nu in de bioscoop draait. Zowel de roman van Barbery als de film naar het boek van David Mitchell vertelt iets wezenlijks in de vorm van een boeiend verhaal.


Lees meer over Vincent of Dan maak je maar zin. Of ga naar Stoks eigen site www.barbaraal.nl.

Share Button

geef een reactie