Echte mannen schrijven autobio | Over Cinderella van Michael Bijnens

recensie Michael Bijnens Cinderella

Als hoerenzoon schrijven over een schrijvende hoerenzoon. Michael Bijnens doet het gewoon.

Als de zoon van een hoer debuteren met een roman over de zoon van een hoer. Die ook nog eens schrijft. En níet zwaar getraumatiseerd is. Michael Bijnens doet het gewoon. door Roos Geerse

Is het het Vlaams in zijn debuut Cinderella waarom Michael Bijnens in Nederland wel op televisie is geweest, maar er over zijn boek geen recensies zijn verschenen in de grote kranten? Ik kan het me niet voorstellen. Bijnens laat zijn personages naar hun allumeur zoeken en in zetels zitten, maar de tijd dat het werk van Vlaamse auteurs dwangmatig vernederlandst wordt, is nu toch wel voorbij. Aan de andere kant werd dit boek eind vorig jaar door uitgever AtlasContact in Trouw gepresenteerd als ‘het beste en bijzonderste debuut dat wij dit jaar uitgeven’. Dan verwacht je dat het in ieder geval besproken wordt. 

VandenBerg Echte mannen schrijven autobio

Walter van den Berg laat zien hoe de verteller zijn alter ego de bescherming probeert te geven die hij als kind zelf nooit gehad heeft.

Is de roman door recensenten misschien terzijde geschoven omdat de schrijver onmiskenbaar schrijft vanuit zijn eigen ervaring? Het boek gaat immers over een Michael die net als hoerenzoon Bijnens zijn moeder op zijn manier bescherming probeert te bieden, namelijk door haar pooier te worden. Het is moeilijk na te gaan maar niet ondenkbaar. Een witte, hoogopgeleide, liefst in Amsterdam wonende schrijver mag best een autobiografische roman afleveren. Anders wordt het wanneer de schrijver en zijn alter ego komen uit die lagen van de bevolking waarin Michael op zijn Engels wordt uitgesproken. Denk aan Jeroen Vullings die het boek van Walter van den Berg Van dode mannen win je niet lovend besprak maar ook moest toegeven dat hij het bijna niet gelezen had vanwege de flaptekst die duidelijk maakte dat de auteur net als de jongen in het boek was opgegroeid met een gewelddadige stiefvader.

Het lijkt wel of de kracht van autobiografische romans niet gezien wordt. Misschien is het de associatie met de autobiografische  en vaak tenenkrommende boeken die de laatste decennia massaal worden uitgegeven ‘in eigen beheer’. Ik vermoed echter dat de situatie niet anders was in de tijd dat Kees van Kooten zich autobio groef en krijg soms zelfs het idee dat de verbeeldingskracht van de niet-autobiografisch schrijvende auteur wordt overschat. Want is het wel waar dat een goede schrijver over alles kan schrijven, ook als hij er zelf geen ervaring mee heeft?

Dat Van den Berg in zijn boek kan laten zien hoe zijn verteller het alter ego van de schrijver de bescherming probeert te geven die hij waarschijnlijk zelf als kind heeft moeten missen, is omdat hij heeft meegemaakt wat hij heeft meegemaakt. Zoals Bijnens je een blik geeft in de wereld van de hoererij die hij je niet zou kunnen geven als hij deze niet van binnenuit kende.

Soms kan een schrijver je zelfs dingen laten zien die voor hem zelf nog niet helemaal helder zijn. Zo hoef je volgens mij hoef je niet te weten hoe Houellebecq is in bed om aan te voelen dat hij hongert naar liefde zonder in staat te zijn deze te geven of te ontvangen, en zelfs waar die honger vandaan komt. Zoiets lijkt bij Bijnens echter niet aan de hand te zijn. Zijn hoofdpersoon is wel degelijk in staat vanaf een afstandje te kijken naar zichzelf.

Misschien is dat ook wel het belangrijkste dat Bijnens laat zien. Dat een jeugd als de zijne niet traumatisch hoeft te zijn. Dat je de bizarre gebeurtenissen waarvan je getuige bent en waarin je soms ook een rol speelt als je opgroeit in de marge van de maatschappij, kunt zien als verhalen, verhalen waarvoor je zelfs dankbaar kunt zijn. Ofwel dat schrijven, al is het maar in je hoofd, helpt. En heelt. Net als lezen natuurlijk. Schrijvers mogen nog zo hard ontkennen dat het werken aan hun boek een therapeutisch effect heeft gehad, ik zie niet waarom dit een taboe zou moeten zijn.

Ook Alleen met de goden van Alex Boogers, over de kickboksende (en schrijvende) Aaron Bachman, heeft de feel van een autobiografische roman.

Ook Alleen met de goden van Alex Boogers, over de kickboksende en schrijvende Aaron Bachman, heeft de feel van een autobiografische roman.

Is het toeval dat ook de hoofdpersoon in Alleen met de goden van Alex Boogers, die net als de hoofdpersoon bij Bijnens opgroeit in een disfunctioneel gezin, de kracht ontdekt van de literatuur? Ik denk het niet, maar ik denk vooral aan al die opgeschoten dan wel timide jongetjes op middelbare scholen, die ook hun moeder willen redden en haar zo nu en dan ook wel iets aan zouden kunnen doen omdat ze zich steeds weer laat slaan en vernederen. Die gun je toch docenten die hen dit soort boeken onder de neus duwen?

Er zijn vast lezers die ongemakkelijk worden van ‘waargebeurde’ verhalen. Of die het stoort als er soms een mus van het dak valt zonder dat dat iets betekent. Zelf hou ik wel van dat rafelige, dat niet-afgekante. In de roman van Boogers is dat bijvoorbeeld de seks die zijn alter ego heeft in zijn middelbareschooltijd. Bij Bijnens zag ik het in de passage over zijn broer. ‘Onze relatie was gewelddadig en intiem, maar het was op geen enkele manier een verbond.’ Natuurlijk weet je als lezer nooit wat een schrijver precies verzonnen heeft en wat niet. Maar juist dat niet-weten heeft iets fijns. Voor wie het verdragen kan dan.

Roos Geerse is de initiatiefnemer van Buzzboeken

Share Button

geef een reactie