Fragment | De uitverkoren wereld van Gerbrand Muller

foto: Anna Ietswaart

foto: Anna Ietswaart

Gerbrand Muller (1939) debuteerde veertig jaar geleden bij Meulenhoff, maar geeft zijn boeken tegenwoordig zelf uit. Zijn novelle De uitverkoren wereld haalde de shortlist van De boekenmakersbendeprijzen 2015. Uit dit boek, over de achternaamloze Mark die door Amsterdam loopt en dan opeens niets meer herkent, komt ook onderstaand fragment.

Wat zat hij hier? Hoe was hij hier verzeild geraakt, wat was er met hem gebeurd? Er was niets met hem gebeurd. Nee… hij was nog wie hij was: niet hij, maar de wereld was veranderd. Hij had al gauw niets meer van die verandering begrepen en daarom was hij opgehouden erover na te denken. Zijn verstand had erbij stilgestaan en hij had het allemaal maar over zich heen laten komen. De verandering, de verwording… Verwording, zo mocht hij de gedaanteverwisseling die de wereld had ondergaan wel noemen. 

[…]

Achter het zanderige gebied met de schedels en botten slingerden zich wegen door een vlakte bedekt met riet en verdord struikgewas waartussen resten van huizen schemerden, verder weg waren bouwkranen in de weer tussen skeletten van beton en staal, daarachter tekenden zich pijpen en schoorstenen in een asgrijze nevel af… Verder en verder liet hij zijn blik gaan. Onder een deken van zwarte rook brandden vuren, vlakten bedekt met wat leek op bruine modder werden afgewisseld door piramidevormige bergen, sommige grijs, andere zwart als gestolde lava, daarachter strekte zich tot bijna aan de horizon een spierwitte vlakte uit waarin zich gitzwarte vlekken aftekenden, aan weerskanten van die vlakte waren blinkende metalen koepels zichtbaar… Het verwonderde hem dat hij zoveel tegelijk zo duidelijk tot in de details kon waarnemen. Achter de witte vlakte stegen rookpluimen op en soms lichtte er iets op alsof het weerlichtte. Kwam daar het geluid van ontploffingen vandaan? De rook steeg hoger en hoger en verduisterde geleidelijk een deel van de hemel recht boven de horizon. Maar het weerlichtte op veel meer plaatsen, overal steeg rook op: hier vanuit een woestijnachtig gebied, daar vanuit weelderig groene heuvels… en de zwarte rook producerende vuren, waren dat geen brandende steden? Waarom niet, dacht hij, er woedde op zoveel plaatsen in de wereld oorlog. Vreemd alleen dat hij het allemaal tegelijk kon zien… Nog verder reikte zijn blik, vergezicht volgde op vergezicht. Woestijnen, brandende bossen, steden verzonken in nevels. De steden kwamen dichterbij, als werden ze door een telelens tot bijna aan de voorgrond van zijn blikveld gebracht: hij onderscheidde straten, pleinen omzoomd door ruïnes – nergens beweging, geen mens of dier te bekennen, waren het dode steden? Grijs de dode steden, wit de woestijnen, zwart de vlekken daarin en de rook waaronder vuren brandden. Op een of andere manier was het geheel van een grote schoonheid: de contrasten tussen wit en zwart, de diffuusheid van de atmosfeer die de contrasten temperde en waarin het licht van de zon allerlei kleuren aannam, van kobaltblauw tot grasgroen, van vermiljoenrood tot okergeel, het onophoudelijke gedreun waarvan de lucht vervuld was als een bevestiging en onderstreping van wat zijn ogen waarnamen: schitterend, huiveringwekkend en wonderbaarlijk…

Schermopname (90)Wie meer wil lezen kan De uitverkoren wereld bestellen bij Boekenroute of voor een zelf te bepalen bedrag downloaden bij Boekencoöperatie Nederland.

Share Button

geef een reactie