Jamal Ouariachi | Ik wil jeuk oproepen. Een jeuk die alleen maar erger wordt als je begint te krabben

Jamal Ouariachi (1978) laat ons in zijn tweede roman zien wat zich afspeelt in het agressieve brein van de hoofdpersoon. Huiselijk geweld is het thema van Vertedering. Welk verband ziet Ouariachi tussen deze dingen? En hoe is dit boek tot stand gekomen? In dit mailinterview vertelt hij het verhaal achter het verhaal. door Eline van Leeuwe

Jamal Ouariachi: De Grunberg-invloed lijkt sinds een jaar of vijf, zes eindelijk af te nemen. Er zijn weer jonge schrijvers die voor iets anders durven te kiezen dan ongegrond nihilisme.

Jamal Ouariachi: De Grunberg-invloed lijkt sinds een jaar of vijf, zes eindelijk af te nemen. Er zijn weer jonge schrijvers die voor iets anders durven te kiezen dan ongegrond nihilisme. (foto: Arnout Hulskamp)

Kun je vertellen waar Vertedering over gaat? In essentie gaat het over de vraag waar eigenschappen vandaan komen. Mijn hoofdpersoon is een keurige, moderne jongeman, die verschillende liefdesrelaties kapot laat knallen omdat hij zijn handen niet weet thuis te houden. Als het op zeker moment heel ernstig is misgegaan, onderneemt hij een zoektocht naar de aard van zijn agressie. Maar waar moet je zoeken? Wat drijft hem elke keer weer tot dit punt? Dat is zo’n beetje de kernvraag van het boek. De hoofdpersoon probeert daarachter te komen, maar is dat eigenlijk wel mogelijk? Kun je de exacte oorsprong van bepaalde negatieve eigenschappen achterhalen? Is werkelijk alles door onze genen bepaald, via het intermediair van ons brein? Of heeft opvoeding er ook iets mee te maken? Of de invloed van de mensen die we toevalligerwijs tegenkomen in de loop van ons leven? Vaak is het onmogelijk om met zekerheid vast te stellen waar eigenschappen vandaan komen, dus dan moet je naar andere manieren zoeken om ermee om te gaan.

Waarom heb je gekozen voor het onderwerp huiselijk geweld? Dat is niet echt een harde keuze geweest. Ik ben begonnen met een moment van vertedering. Een man vindt een mand met kittens. Op een of andere manier riep het verhaal dat daarna ontstond het tegendeel van tederheid op: agressie. Achteraf denk ik dat die ontwikkeling voortkwam uit de observatie dat veel mensen zich tegenwoordig enorm druk kunnen maken om dierenleed, maar hun schouders ophalen als medemensen in nood verkeren. Een goed voorbeeld zag je een paar maanden terug nog. Terwijl de halve wereld in brand stond en terwijl er een economische crisis heerste, was Nederland in rep en roer omdat er een walvis was aangespoeld op een zandbank. Dat beest kreeg zelfs een naam. Volkswoede toen de verantwoordelijke autoriteiten het dier hadden ‘laten’ sterven.

Heb je daar nog meer voorbeelden van? Hetzelfde tref je aan in het gedachtegoed van de PVV. Dat is een partij die zich genadeloos opstelt ten aanzien van asielzoekers. Vergeten wordt dat het mensen zijn die alles in de steek hebben gelaten om hier een nieuw bestaan op het bouwen, mensen die vaak gruwelijke omstandigheden zijn ontvlucht. Tegelijkertijd heeft die partij in de periode dat ze Rutte-I gedoogden, de Animal Cops weten in te voeren. Dan heb je wat mij betreft toch je prioriteiten niet helemaal op orde. Enfin, ik heb het idee dat dit een algemene tendens is. Vertedering is een vrijblijvende vorm van empathie. Een dier zegt namelijk niets terug en heeft nooit een grote mond. Daar kun je gemakkelijk mee sympathiseren.

En daarom heb je gekozen voor een vertederende openingsscène waarin de hoofdpersoon een kitten redt? Zoals het in het echte leven gaat, gebeurt het uiteindelijk ook in mijn roman. De hoofdpersoon raakt vertederd door een jong katje, maar is ondertussen een man die de vrouwen van wie hij zou moeten houden, mishandelt en vernedert. Die scène met de kittens dient er vooral toe om bij de door en door verkilde hoofdpersoon weer een zekere gevoeligheid op te wekken. Na jaren van stilstand krijgt hij weer behoefte aan spanning, aan nieuwe dingen en aan nieuwe mensen in zijn leven. Zijn vertedering stelt hem ook weer open voor de liefde, en door die liefde van begin tot eind te beschrijven, kan ik iets laten zien van wat er mis is met hem.

Wat wil je met dit verhaal overbrengen? Er is niet één specifiek standpunt of een eenduidige boodschap die ik wil overbrengen. Liever zou ik zien dat lezers hun eigen standpunten onderuit geschopt zien worden, of dat de onderwerpen die ik aansnijd zich onder hun huid nestelen. Als jeuk. Ik wil jeuk oproepen. Een jeuk die alleen maar erger wordt als je begint te krabben.

Wat voor ervaring heb je zelf met huiselijk geweld? Het risico waar ik me met deze roman aan heb blootgesteld, is dat ik nu telkens moet gaan uitleggen dat ik, nee, echt niet, heus, ik zweer het, zelf nog nooit een vrouw mishandeld heb. Maar dat is dan weer zo’n heilig antwoord, dat ik geneigd ben te zeggen dat het wél zo is. Tegelijkertijd is het ook irrelevant. Iemand die een thriller over een seriemoordenaar heeft geschreven, krijgt nooit de vraag: heb je zelf eigenlijk ervaring met het vermoorden van een hele rits mensen? Ik ben trouwens een veel te iel mannetje om een ander te lijf te gaan.

In hoeverre gebruikt je je eigen ervaringen uit het leven in je boeken? Wanneer het me zo uitkomt, zal ik niet schromen feiten uit mijn eigen leven of uit dat van mensen die ik ken te gebruiken. Maar eerst is er fictie. Een inval, nog eentje, nog een. Dan ontdek ik een samenhang tussen die elementen, een verhaal, en langzaam begint dan duidelijk te worden waarom het schrijven van dit specifieke verhaal voor mij persoonlijk interessant is. Vaak dienen zich dan als vanzelf bruikbare ‘waargebeurde’ feiten of echt bestaande eigenschappen aan. Die vervorm ik dan weer net zo lang tot ze in het verhaal passen. Om één voorbeeld te noemen, ik heb zelf ooit, kort na de middelbare school, een tijdlang op een postkamer gewerkt. Dat was toen een bijbaantje, maar ik heb me wel eens afgevraagd: wat als ik, net als mijn collega’s daar, jarenlang in dat baantje was blijven hangen? Als er niks anders meer was in mijn leven dan dat. De dagelijkse routine van twee keer per dag met een postkar door zo’n kantoorgebouw sjouwen, tussendoor sorteren en bezegelen, en that’s it. Wat voor figuur was ik dan geworden? Toen ik voor Vertedering de hoofdpersoon zo’n beetje uitgedacht had, en wist dat het een nogal versteende man moest zijn, bedacht ik: hij zou een baan als postkamermedewerker kunnen hebben. Dat heb ik erin verwerkt. Dat is hoe het ongeveer werkt. Eerst een flink bord met fictie, dan eventueel een schepje werkelijkheid.

Je hebt een achtergrond als psycholoog. Gebruik je dat bij het schrijven en zo ja, hoe? De kennis die je tijdens een studie psychologie verwerft, is er voornamelijk een van gemiddelden en standaardafwijkingen. Zulke kennis leert je misschien iets over hoe mensen in het algemeen functioneren, maar zegt weinig over het individu. Ik heb een aantal jaren als therapeut gewerkt. Als je die praktijkkant op gaat, kom je erachter hoe beperkt het beeld is dat de theorie van de werkelijkheid schetst. Ik heb tientallen mensen voorbij zien komen die voldeden aan het criterialijstje voor de diagnose depressie. Toch was de uitingsvorm van die klachten bij elk van die mensen totaal anders. Bij het schrijven heb ik trouwens eerder de bril op van de behandelende dan van de wetenschappelijke psycholoog. Ik bestudeer het individu. Overigens komen de nodige dosis mensenkennis en fantasie daar meer bij van pas dan welke studie dan ook.

bleekvuurWat lees je zelf graag? Pale fire van Nabokov, in Nederland verschenen onder de titel Bleek vuur, is een boek dat zo onverschrokken eigenzinnig is, dat ik het oneindig vaak kan herlezen. Op momenten waarop ik het even niet zo zie zitten met mijn eigen schrijverij, hoef ik maar twee of drie pagina’s uit dat boek als medicijn in te nemen, om weer enorme zin te krijgen, om weer in te zien dat de mogelijkheden onbeperkt zijn. Wat de Nederlandse literatuur betreft heb ik het idee dat er de laatste jaren eindelijk weer wat leven in de brouwerij komt. De jaren negentig waren zó armzalig wat jonge schrijvers betreft, dat een pover talent als Arnon Grunberg tot grote hoogten kon stijgen, en in zijn kielzog volgde een hele vloot van klonen. Die Grunberg-invloed lijkt sinds een jaar of vijf, zes eindelijk af te nemen. Er zijn weer jonge schrijvers die voor iets anders durven te kiezen dan ongegrond nihilisme. Er zijn weer auteurs die barok durven schrijven, die niet elke alinea doodslaan met een holle oneliner. Ik denk onder meer aan de wonderschone ernst van Gustaaf Peek, het taalgeweld van Peter Buwalda, de volstrekt eigenstemmige mix van hilariteit en droefenis die je bij Maartje Wortel aantreft, het maatschappijkritische oog van Christiaan Weijts – en dan heb ik nog een heleboel namen niet genoemd. Kortom, het zijn mooie tijden voor de Nederlandse literatuur.

Heb je een voorbeeld waar je jezelf naar richt? Er zijn schrijvers die ik bewonder, ik noemde al Nabokov, en als ik Nederlandse namen zou moeten noemen, zijn dat onder meer Willen Frederik Hermans, Adri van der Heijden, Gerard Reve, maar bijvoorbeeld ook Kees van Kooten en Remco Campert. Het beste eerbetoon dat je die mensen kunt brengen is nu juist niet hun voorbeeld te volgen, maar je eigen weg te zoeken. Dat hebben zij zelf ook gedaan en juist dat maakt hen tot zulke goede schrijvers.

Je bent alweer met een nieuw boek bezig, Een honger. Wat kun je daar al over zeggen? Een honger wordt een roman over een ontwikkelingshulpproject dat zijn oorsprong vindt tijdens de beroemde hongersnood in Ethiopië, in 1984/85. Dat project gaat vele jaren later, in de hedendaagse sfeer van anti-ontwikkelingshulp sentimenten, genadeloos ten onder. Dat is de achtergrond van het verhaal. Op de voorgrond speelt een tragische liefdesgeschiedenis. De eerste anderhalf jaar dat ik aan dat boek bezig was, maakte ik nogal een turbulente periode door in mijn persoonlijke leven. Het werken aan de roman raakte daardoor flink versnipperd en toen de eerste versie af was, bleek ik totaal geen overzicht te hebben over het geheel. Ik wist niet waar ik moest beginnen om het boek naar een hoger plan te tillen. Daarom besloot ik het een tijdje te laten rusten, om er weer een frisse, heldere kijk op te krijgen. In die rustperiode begon ik aan Vertedering. Nu dat boek af is, hoop ik heel snel weer terug te keren naar Een honger. Met een beetje mazzel komt het ergens volgend jaar uit.

Eline van Leeuwe is student journalistiek en vaste medewerker van Buzzboeken

vertedering
 
 
Vertedering van Jamal Ouariachi is verschenen bij Querido

Share Button

geef een reactie