Jelmer Jepsen | Deleted scene uit Vallen als het heet is

vallen-als-het-heet-isVandaag verschijnt Vallen als het heet is,  het ‘zijdelings op zijn eigen leven gebaseerde’ debuut van Jelmer Jepsen. Over een jongen die gedwongen wordt tijd door te brengen met zijn moeder die sinds zijn achttiende geen contact meer met hem heeft willen hebben en in de woorden van uitgever Prometheus ‘een tragikomische rollercoaster die bol staat van de intriges, verbale krachtmetingen en curieuze motieven’. Lees hieronder het fragment dat de auteur hiervoor als eerste schreef en zijn toelichting waarin hij ook iets vertelt over de gebeurtenissen die aan zijn roman ten grondslag hebben gelegen. 

***

Op mijn achttiende verjaardag zag ik haar voor het laatst. Vorige week werd ik zesendertig. De periode dat ik mijn moeder niet heb gekend overschrijft sindsdien dus iedere dag de periode dat ik haar wel heb gekend met een nieuwe dag.
Het had dan ook niet heel veel langer meer moeten duren. Het kostte me steeds meer moeite haar gezicht te herinneren. Haar stem terug te halen. Zelfs de reden dat ze met me gebroken had was me aan het ontglippen. Die reden heeft ze trouwens zelf nooit benoemd. Ik heb mijn eigen conclusies getrokken, maar aan de uitkomsten begon ik steeds meer te twijfelen. De tijd vertekende ze, maakte ze zachter, dubieus, maar vanwege het strijdersbloed dat er dankzij haar door mijn aderen stroomt, ben ik door de jaren heen ook steeds woester geworden. Er zijn nachten dat ik droom dat ik bij mijn moeder aanbel en haar een keiharde klap geef, recht in haar gezicht, meteen als ze opendoet.
Dat is een overlevingsmechanisme, las ik een keer in een zelfhulpboek dat ik van een in kleurrijke lappen geklede collega had gekregen waarmee ik per ongeluk in een werkgroepje terecht was gekomen. Ze vond me opvliegend en dominant, en het boek dat ze me gaf heette ‘Omgaan met conflictsituaties, praktijkboek in tien stappen’.
‘Mensen zijn van nature geneigd in de aanval te gaan,’ stond er in hoofdstuk een. ‘Die overlevingsdrang, die oerkracht, zorgt ervoor dat je doorgaat. Dat je niet blijft steken in een hopeloze situatie. Zonder deze extraverte gave hadden we met z’n allen nu nog bangelijk in een grot gezeten.’
Ik legde het boek opzij en las nooit verder.
Mijn moeder overviel me. Ik overviel haar ook, dat zag ik meteen. Het grote verschil tussen ons is alleen dat zij haar emoties kan loskoppelen van haar reflexen. Ik kan dat niet. Tenminste, toen nog niet. Toen ze op mijn achttiende verjaardag samen met Springer in het park om de hoek van mijn kamer aan de Stationsstraat liep, en ik daar toevallig ook liep. Het was de dag na de eindexamenuitslag (drie achten, vier negens) en de dag voor ik naar Amsterdam zou verhuizen, naar een kamer die niet tijdelijk was en waar ik uiteindelijk de komende zes jaar van mijn leven zou doorbrengen. In Amsterdam ging ik Taal- en Letterkunde studeren. Via via had ik zelfs al een baantje geregeld als barkeeper.
Hier wist zij uiteraard allemaal niets van. Voor het eerst na mijn plotselinge vertrek uit huis, een half jaar eerder, zagen we elkaar weer in levenden lijve. Het kan zijn dat ze me aanvankelijk niet herkende. Ik had mijn haar halflang laten groeien en was in een paar maanden tijd veranderd van een kleurloze confectiepuber naar iemand met een shirt van Nirvana, een baggy spijkerbroek en afgetrapte kisten.
Ik zag haar al van verre aankomen. Zij zag mij pas toen ze bij de fontein was, en meteen versnelde ze haar pas en riep, terwijl we elkaar passeerden, dat het goed ging en dat ze verder moest. Springer had haast. Ze wees naar de strakgespannen riem, lachte er hartelijk bij en zei:
‘Kom maar Springer, dan gaan we vlug naar huis.’ Even stond ze stil. Ze liet haar ogen over mijn voorhoofd glijden, naar beneden, via mijn neus naar mijn borstkas, heupen en voeten, en weer terug. ‘Ik heb zo ook nog een afspraak,’ zei ze toen, waarna ze weer in beweging kwam. ‘Dag hè, Morris. Dag dag.’
Ik stond erbij en keek ernaar. Naar het toneelstuk van mijn moeder.
Springer liep natuurlijk zo hard omdat hij mij had zien staan. Het was mijn hond. Ik had hem gekregen toen ik zes werd. Ik had met hem de puppycursus gevolgd, en ik had hem iedere avond bij me in bed getild. Niet gewoon op het voeteneinde, zoals je wel vaker hoort, maar tegen mijn borst. Lepeltje lepeltje en met zijn hoofd op het kussen. Ik had nog nooit in mijn leven zoveel van iets gehouden.
Behalve van mijn moeder dan.
Verdoofd keek ik ze na, en dat de riem strak gespannen de andere kant op was komen te staan was iets dat ik achteraf gezien best had kunnen roepen, moeten roepen. En er schoten meer zaken door mijn hoofd. Zinnen die ik had kunnen brullen. Woorden waaruit bleek dat ik haar doorzag. Dat ze helemaal geen afspraak had. En waarom ze niet terug had gebeld nadat ik een paar weken geleden haar voicemail had ingesproken om te vragen of ze naar mijn diploma-uitreiking kwam.
Maar ik hield mijn mond en concentreerde me vooral op kleine Springer. Hoe hij omgekeerd met mijn moeder meehuppelde en af en toe een sprongetje maakte als een overhangend takje hem de weg versperde.
Ik zou mijn moeder in de jaren die volgden nooit meer zien, maar ik zou haar nog wel een keer spreken, vijf maanden en negen dagen na onze ontmoeting in het park om precies te zijn. Ik zou haar opbellen nadat ik een mailtje van Moniek, mijn tante, had gekregen waarin ze zich afvroeg of ik eigenlijk wel wist dat Springer dood was. Die morgen was ze mijn moeder tegengekomen, maar dit keer zonder haar hond, die ze vrijwel altijd bij zich had. Toen Moniek nietsvermoedend had geïnformeerd of er misschien iets met Springer aan de hand was, had haar zus onbewogen geantwoord dat die een spuitje had gekregen, vorige week al. Het beestje was op, had ze gezegd. Plassen in de keuken. Plukken haar op de bank. Janken ‘s nachts. Ze kon er niet meer tegen.
Uit het mailtje concludeerde ik dat er ondertussen niets van mijn hond over was. Niks geen as. Niks geen steen. Springer was in een fabriekshal op een lopende band door branders en machines vernietigd. Mijn tante had een link naar de site van het destructiebedrijf bijgevoegd. Ze bedoelde het vast goed.

Toelichting van de auteur
Dit fragment is een vroege versie van het eerste hoofdstuk. Het waren ook letterlijk de eerste twee pagina’s die ik schreef aan Vallen als het heet is (toen nog getiteld Morris). Ik voegde deze twee pagina’s min of meer onnadenkend bij bij een ander manuscript dat ik naar lit. agentschap Sebes en van Gelderen stuurde; dat was in augustus 2011. Over dat betreffende manuscript heb ik het vooralsnog nooit meer met iemand gehad, want al een paar dagen later kreeg ik van Sebes en van Gelderen een mailtje dat niet mijn oorspronkelijke manuscript, maar die twee bijgevoegde pagina’s ze wel bevielen. En of ik meer had. Uiteindelijk werden deze pagina’s de kiem voor mijn debuutroman, die nu dus uitkomt bij Prometheus, iets meer dan twee jaar nadat ik die eerste twee pagina’s schreef.
Over het fragment. Er zitten een aantal dingen in die in het uiteindelijke boek zijn veranderd. In dit fragment is Morris bijvoorbeeld 36 jaar, in het boek nu is hij 33, net iets jonger, waardoor ik zijn situatie wat kwetsbaarder kon maken. Iemand van 36 is al bijna veertig, ruim volwassen dus, en moet eigenlijk niet meer zo zeuren over zijn moeder, vond ik toen ik al een eind met het verhaal op weg was. Iemand van 33 neigt nog naar de dertig, en kan zich daardoor wat meer naïviteit en onnadenkendheid veroorloven, dat was een beetje het idee van deze wijziging.
Ook wonen Morris en zijn moeder hier nog in een anonieme plaats ergens in het oosten van Nederland en niet in Amsterdam. Aanvankelijk wilde ik geen roman met een Amsterdamse hoofdpersoon schrijven, die zijn er al in overvloed en aan verhalen met deze insteek heb ik persoonlijk meestal vaak bij voorbaat al een grondige hekel. Maar uiteindelijk zijn Morris en zijn moeder toch in Amsterdam terecht gekomen. Dit had voornamelijk een logistieke reden: de taxirit naar Schiphol, waar het boek mee begint, moest kort maar krachtig zijn. Ik wilde met een vlammende scene beginnen. Wanneer ik ze uit Oost-Nederland had moeten laten komen zouden ze minstens twee uur met elkaar in die taxi moeten zitten. Dat zou al een boek op zich kunnen zijn, twee mensen die elkaar jaren niet hebben gezien, en een autorit van twee uur maken. Maar ik wilde dus vooral een snelle aftrap en ze niet meteen in de taxi alles al laten uitpraten en laten zeggen. Uiteindelijk heb ik ervoor gezorgd dat het verhaal zich nu voor 80% afspeelt op Corsica, en kon ik wel leven met 20% Amsterdam. En het was ook gewoon makkelijker, mensen hebben bij onze hoofdstad toch meteen beelden, referentiepunten.
Een laatste inkijkje dat deze scene geeft, is de achtergrond bij het hondje Springer. In dit fragment wordt hij in een halve pagina geïntroduceerd en ook weer om het leven gebracht, maar in het uiteindelijke boek is dit gegeven een rode draad geworden, een belangrijke dramatische en emotionele lijn. Het doodgaan van mijn hondje destijds was namelijk in werkelijkheid hét moment waarop ik besefte dat er iets flink aan het misgaan was tussen mij en mijn eigen moeder. Het feit dat ze me niet belde toen ze mijn hondje, het hondje dat ze me zelf ooit had gegeven, naar de dierenarts bracht voor een spuitje, dat was een moedwillige daad van haar, een definitief signaal mijn kant op dat ik wat haar betrof echt geen deel meer uitmaakte van haar leven. In deze eerste versie raffel ik het laten inslapen van Springer (in het echt Bamse) behoorlijk af. Ik weet nu dat ik dat doe omdat het oprakelen van deze open wond destijds gewoon te dicht bij kwam. Pas na veel gevechten met het witte vel papier (en met mezelf) heb ik deze verhaallijn uiteindelijk kunnen uitspinnen naar een, hopelijk, schrijnende en aangrijpende sleutellaag binnen het grotere verhaal.

***

JelmerJ_50_1Jelmer Jepsen (1976) volgde na zijn studie Communicatiewetenschappen verschillende opleidingen en workshops op het gebied van schrijven en literatuur. Opiniërende stukken van zijn hand verschenen in Volkskrant Magazine en De Morgen. Vallen als het heet is is zijn debuutroman.

steun ons en bestel via bb bij ebook.nl, bol, bruna of polare

Share Button

geef een reactie