Nynke van der Beek | Fragment uit Amandelbloesem

Nynke van der Beek tijdens de uitreiking van de Boekenmakersbendeprijzen 2015 foto: Anna Ietswaart

foto: Anna Ietswaart

Hoe is het voor iemand met autisme om de verantwoordelijkheid te hebben voor een klein kind? Dat wordt op een voor de lezer niet altijd even comfortabele manier duidelijk in Amandelbloesem, de nog ongepubliceerde roman van Nynke van der Beek waarvoor zij donderdag de Boekenmakersbendeprijs 2015 ontving in de categorie Ouder talent. Hieronder lees je alvast een fragment.

Om 7 uur kon ik Jon eindelijk naar bed brengen. Heel voorzichtig liep ik de trap op, ik was wankel. Jon had zijn speciale slaap-T-shirt en onderbroek aan en klom voor me de trap op. Ik keek tegen zijn benen aan, terwijl ik mijn linkerhand om de leuning klemde. Wat waren zijn beentjes toch dun. Ik zag de donkere plekken op zijn bovenbenen en bedacht hoe kwetsbaar kinderen zijn. Hoe gemakkelijk er iets kan gebeuren.

Toen hij in de badkamer was, vroeg hij: ‘Mama, wil je voorlezen?’
    Voorlezen is erg verantwoord, dat wist ik. Goed voor de taalontwikkeling. Ik zei: ‘Dat is goed, Jon. Eerst tandenpoetsen.’ Ik probeerde zijn tanden goed te poetsen, wat niet meeviel omdat hij niet stilstond. ‘Even stilstaan nu, Jon. Stilstaan! Mond verder open. Jon.’ Het lukte niet goed en ik kreeg zere benen omdat ik al minutenlang op mijn hurken zat. Ik heb ooit een tandenpoetsschema van de mondhygiëniste gehad, waar ik me altijd aan houd, maar dat kon vanavond dus niet. Ik klemde mijn kaken op elkaar tot ze pijn deden, wat waarschijnnlijk voor mijn eigen gebit niet bevorderlijk is, en haalde de tandenborstel uit zijn mond. Ik greep zijn bovenarmen net iets te stevig beet en bracht mijn gezicht vlak bij dat van hem. Zijn ogen werden groot. ‘Jon. Ik – moet – je – tanden – poetsen.’
    ‘Au, au, au, dat doet zeer!’ Hij ontworstelde zich aan mijn grijphanden en rende naar onze slaapkamer, waar hij onder het bed kroop. Toen lachte hij en riep: ‘Pak me dan, als je kan, je kan me toch niet krijgen!’
    ‘Jon, kom onmiddellijk onder dat bed vandaan! Nu!’
    Toen lachte hij nog steeds. Wat moest ik doen dan? Ik ging op mijn knieën zitten en keek onder het bed. Daar was hij. Ik ging op mijn rug liggen en stak mijn hoofd eronder, mijn schouders en de rest van mijn lichaam. Mijn linkerhand kreeg een stukje van zijn shirt te pakken en hij gilde het uit. Was dat van angst of van plezier? Toen glipte hij opeens weg en de dunne stof gleed tussen mijn vingers door. Ik zat bijna vast onder het lage bed, hij zat ondertussen ontspannen op de wc, in de badkamer, waar ik even later arriveerde, hijgend van de inspanning. Hij vroeg: ‘Ga je nu voorlezen?’

Mijn buik stak. Dat is geïmplodeerde razernij. Ik ging in zijn kamer op de grond zitten, met mijn rug tegen de muur. Mijn rug bonkte tegen de muur met een dof geluid. Boef. Boef. Boef. Buiten reden auto’s voorbij. Ik hoorde ook een vrachtwagen schakelen en optrekken. Het dikke boek van Jip en Janneke lag op mijn knieën. Ik keek naar de letters en begon als een machine woord voor woord voor te lezen. Na de eerste zin moest ik stoppen, om het ventilatierooster van het raam dicht te schuiven. Toen klonk het verkeersgeruis iets minder hard. Nu moest het lukken. Ik las weer een paar zinnen voor, maar Jon rolde op de zitzak heen en weer. De vulling kraakte zo hard dat mijn oren er pijn van deden. Ook lachte hij weer. En het licht flikkerde, en ik hoorde televisiegeluiden van beneden komen. Maar het kraken van de zitzak was het ergste. En de dingen die voor mijn ogen heen en weer gingen: zijn blauwe shirt, zijn armen en benen, zijn haren.
    Ik staarde naar het boek en probeerde alles weg te stoppen, alle geluiden en bewegingen, maar ik kon het niet.
    ‘Stil zitten!’ gilde ik. ‘Ik kan zo niet voorlezen!’ Ik wilde het joch stil krijgen.

Begrijpt u het inmiddels? Ik ga niet alles vertellen, het is beter van niet. Ik sloeg hem, dat vertel ik. Nu moet ik gaan puzzelen, want ik ga echt gekke dingen denken. Dat moet niet. Denk aan de Aldi, Sofia. Ja, dat moet ik doen. Ik kocht namelijk een legpuzzel bij de Aldi, voor €&nbsp:4,99. Het is een puzzel van Van Gogh, in blauw en geel. Het heet Nachtcafé en heeft 1000 stukjes. Ik heb een puzzelrol, waar ik de stukjes op kan leggen en ook weer kan opruimen. Dan blijft de tafel leeg, zoals het hoort. Dat is fijn. Alles is onder controle.

Update: In september 2015 heeft Nynke van de Beek Amandelbloesem uitgebracht in eigen beheer.

Share Button

geef een reactie