Onderzoek | Het verschil tussen chicklit en literatuur? De computer meet het!

bouzoukiboogieTussen chicklit en literatuur zijn duidelijke verschillen. Chicklit-romans zijn genreboeken, bedoeld voor een breed publiek. Op humoristische wijze behandelen ze de uitdagingen van (alleenstaande) vrouwen die in de grote stad wonen en op zoek zijn naar een interessante baan, goede seks en de ware liefde. Maar zijn er ook verschillen in stijl tussen chicklit en literatuur? En zo ja, hoe kom je daar dan achter? Kim Jautze en haar collega’s onderzochten het.

Vergelijk de volgende twee zinnen. Ik weet ook niet waarom ik op van die hoge hakken ga shoppen en Ineens had ik zin om te schreeuwen en de gerookte zalm en quiches van tafel te slaan, maar in plaats daarvan troostte ik me met de wietzolder van Emiel, met de gedachte dat ik nog meer geheimen had en dat het behaaglijk kon zijn het slappe geklets van anderen te verachten. Je kunt wel raden welke zin uit een chicklit-roman komt, en welke uit een literaire. Hoge hakken. Shoppen. Dan weet je genoeg.

Maar er is nog iets. De chicklit-zin (van Rita Verwoert) is een stuk korter en minder complex dan de literaire zin (van Kees van Beijnum). We noemen een zin complex wanneer deze bestaat uit een ‘hoofdzin’ en minstens één ‘bijzin’. Soms zijn er vrij veel inbeddingen van bijzinnen in de hoofdzin (of in andere bijzinnen), dat verhoogt de complexiteit nog meer, zoals in de bovenstaande literaire zin het geval is.

Neem nu echter deze zinnen. Omdat die leuke veertiger met krullende haren en internationale baan, sportief en goedgekleed, over het algemeen tachtig is met een plakkerig toupetje, nooit verder is gekomen dan de trein naar Leeuwarden, een hartstochtelijke passie heeft voor korfballen en de hele dag in een joggingbroek rondloopt. En De vogel is ziek. In dit geval is de chicklit-zin (van Astrid Harrewijn) vele malen langer én complexer dan de literaire zin (van Arnon Grunberg). Om een eventueel stijlverschil te vinden zul je dus veel meer zinnen moeten analyseren. In het project The Riddle of Literary Quality, bekend van het Nationale Lezersonderzoek, gebruiken we daarom computers.

Om na te gaan of het taalgebruik van chicklit daadwerkelijk simpeler is dan dat van literatuur heb ik samen met mijn collega’s Andreas van Cranenburgh, Hayco de Jong en Corina Koolen een lijst van eBooks samengesteld met 16 Nederlandse chicklit- en Nederlandse 16 literaire romans. Chantal van Gastel, Astrid Harrewijn, Wilma Hollander, Mariette Middelbeek, Anita Verkerk en Rianne Verwoert zijn de chicklit-schrijfsters die we hebben gekozen op basis van de besprekingen van hun boeken op chicklit.nl.

De literaire auteurs zijn vrij willekeurig geselecteerd. In elk geval hebben ze allemaal minimaal één literaire prijs gewonnen en de gebruikte romans moeten (net als de chicklit-boeken) in de laatste twee decennia zijn gepubliceerd. Zo kwamen we op Kees van Beijnum, Renate Dorrestein, Anna Enquist, Karel Glastra van Loon, Arnon Grunberg, Arthur Japin en Margriet de Moor.

Het eerste waar we naar hebben gekeken is de woord- en zinslengte. Dan blijkt chicklit inderdaad simpeler dan literatuur. Vooral het verschil in gemiddelde zinslengte is groot: de chicklit-romans tellen gemiddeld 11,9 woorden per zin, terwijl de gemiddelde zinslengte van de literaire romans gemiddeld 14,1 woorden per zin is. Op basis van deze gemiddelde zins- en woordlengtes kan de leesbaarheid van de teksten gemeten worden.

Hoewel de zogenoemde leesbaarheidsmaten oorspronkelijk zijn ontwikkeld in het onderwijs om te testen of materiaal geschikt is voor een bepaald niveau, blijkt dat genreverschillen er ook mee te onderzoeken zijn. De boeken in ons bestand met een lagere leesbaarheidsscore (moeilijker, complexer taalgebruik), zijn bijna allemaal de literaire romans. Er zijn enkele opvallende uitzonderingen. Harrewijn schrijft chicklit, maar wordt ‘herkend’ als literatuur; evenzo scharen boeken van Dorrestein en Glastra van Loon zich onder de chicklit wat betreft leesbaarheid. Het is echter waarschijnlijk dat dit eerder een beperking van de methode is dan een wezenlijk literair verschil.

De tweede vraag die we wilden beantwoorden is of chicklit ook grammaticaal minder complex is dan literatuur. Ook dat is zo. In de chicklit-romans vind je meer simpele zinnen (38,4% in chicklit tegenover 34,5% in literatuur), terwijl literaire romans weer meer complexe zinnen bevatten (23,6% chicklit in tegenover 29,5% in literatuur). Het gebruik van zinnen die uit minimaal twee hoofdzinnen bestaan is ongeveer gelijk: in de literaire romans 17,2% tegenover 17% in de chicklit boeken. De literaire auteurs gebruiken dus meer bijzinnen dan de chicklit-schrijfsters.

Een veel gebruikte soort bijzin is de betrekkelijke bijzin. De betrekkelijke bijzin is kenmerkend voor beschrijvend taalgebruik. Een literair voorbeeld is De mensen [die even eerder nog zo rustig op de vloer hadden zitten mediteren], sprongen nu dansend en schreeuwend om elkaar heen. In deze zin (van Kees van Beijnum) vormt het deel tussen de vierkante haken een beschrijving van ‘de mensen’. Of neem dit chicklit-voorbeeld waarin de bijzin een man beschrijft. Er zat er altijd wel eentje tussen, [die me in mijn billen probeerde te knijpen]. De onderstaande grafiek laat zien dat vooral de literaire auteurs (in het roze) Margriet de Moor, Arthur Japin en Kees van Beijnum dit soort bijzinnen veel meer gebruiken dan de chicklit-schrijfsters Verkerk, Verwoert en Van Gastel. Opvallend is dat Wilma Hollander bij de literaire auteurs clustert in plaats van bij de chicklit-collega’s.

Frequentie betrekkelijke bijzin per boek (roze: literatuur, blauw:chicklit)

Frequentie betrekkelijke bijzin per boek (roze: literatuur, blauw:chicklit)

Tenslotte hebben we gekeken naar de zogenaamde functiewoorden. Wanneer je de woorden van genres vergelijkt, moet je er rekening mee houden dat de onderwerpen van chicklit en literatuur vrij ver uit elkaar liggen (als er überhaupt al vaste onderwerpen voor literatuur bestaan). Dit betekent dat het niet heel handig is om de inhoudswoorden (alle woorden die betekenis dragen) van de twee genres te gaan vergelijken. Functiewoorden daarentegen zijn alle woorden die niet zozeer zelf betekenis hebben, als wel bijdragen aan de grammaticale structuur van de zin. Voorbeelden zijn de, om en hem.

Functiewoorden zijn veel minder contextafhankelijk dan inhoudswoorden en kunnen dus beter in beide genres worden geanalyseerd. Bovendien blijkt elke auteur een specifieke functiewoorden-vingerafdruk te hebben, waaraan zijn stijl kan worden herkend. Op basis van haar functiewoorden is bijvoorbeeld J.K. Rowling als Robert Galbraith van The Cuckoo’s Calling ontmaskerd. Volgens stilometrist Matthew Jockers zouden schrijvers in het gebruik van hun functiewoorden – waarschijnlijk onbewust – echter wel gestuurd worden door het genre waarin ze schrijven.

Met behulp van programmatuur die de 100 vaakst voorkomende woorden in de 32 teksten telt en analyseert, hebben we geconcludeerd dat er in de literaire romans inderdaad een ander soort functiewoorden frequent is dan in de chicklit-boeken. Functiewoorden die in de literaire romans meer voorkomen, blijken gebruikt te worden voor beschrijvingen van de setting of van de personages in de romans. Het gaat dan om voorzetsels, lidwoorden en aanwijzend voornaamwoorden. Met voorzetsels (op, in, tussen) drukt een taalgebruiker namelijk ruimtelijke en tijdelijke relaties tussen personen en/of voorwerpen uit, die gebruikt worden voor gedetailleerde beschrijvingen. De lidwoorden en aanwijzend voornaamwoorden duiden erop dat de literaire auteurs ook veel zelfstandig naamwoorden gebruiken die naar de objecten en subjecten verwijzen in de beschrijvingen.

De chicklit-auteurs daarentegen gebruiken meer functiewoorden waarmee er dialogen en gedachten van personages weergegeven worden. Vooral het veelvuldige gebruik van de eerste en tweede persoon voornaamwoorden (ik, mij, jij) duiden hierop. Het gebruik van modale hulpwerkwoorden en bijwoorden (kunnen, misschien), mentale werkwoorden zoals weten en affectieve bijvoeglijke naamwoorden zoals vervelend en goed geven inzicht in de vertellers gedachten en emoties.

Al met al hebben we duidelijke verschillen kunnen ontdekken tussen chicklit en literatuur. Het taalgebruik in chicklit is inderdaad iets simpeler en het genre lijkt ook minder beschrijvingen te bevatten. Maar of ingewikkelder taalgebruik en beschrijvingen ook maken dat mensen een boek beter vinden? Dat gaan we bekijken in ons volgende onderzoek!

Kim JautzeKim Jautze, Andreas van Cranenburgh, Hayco de Jong en Corina Koolen zijn onderzoekers aan het Huygens ING en de UvA. Een deel van het hier beschreven onderzoek staat ook beschreven in dit artikel.

 


Doe ook mee aan het Nederlands-Vlaamse romanlezersonderzoek!

  1. Er worden nogal wat percentages en gemiddeldes vermeld. Zijn deze ook statistisch getest. En zo ja, was de uitkomst significant?
    Als dit niet is gebeurd echter, snap ik niet dat dit onderzoek als wetenschappelijk wordt betiteld. Zonder een significantie test vallen er geen conclusies te trekken en al helemaal geen wetenschappelijke.

    • Uiteraard zijn er significantietests uitgevoerd. U kunt het wetenschappelijke artikel lezen waarin er verder op onze methode worden ingegaan, aan dit artikel wordt in de laatste alinea gerefereerd. Voor deze populair-wetenschappelijke bewerking van het artikel, dat bedoeld is voor een groot publiek, hebben we ervoor gekozen deze significantietests buiten beschouwing te laten.

geef een reactie