Opinie | Gevaarlijke boeken voor een groot publiek

Ai. De Ako literatuurprijs is gegaan naar Post mortem van Peter Terrin. Nu zal de prijs de verkoop van het boek zeker bevorderen, maar toch. Een metaboek over een schrijver die wat hij meemaakt verwerkt in zijn roman? We weten allemaal dat het vooral vrouwen boven de vijftig zijn die boeken kopen en die willen dikke romans met een begin, midden en eind. Daarom vind je in de winkels ook vooral dat soort boeken, voor gevaarlijke boeken is gewoon geen markt. Of wel soms? door Roos Geerse

Terrin legt in een interview met Vrij Nederland zelf uit hoe zijn boek is opgebouwd. ‘In het eerste, meer ironische deel toon ik het effect van de werkelijkheid op de fictie in het alledaagse bestaan van een marginale schrijver. Hij raakt begeesterd door zijn idee voor een nieuwe roman. Tot hij in het tweede deel, waarin het noodlot Ren√©e treft, hardhandig uit zijn fictie gerukt wordt en ontregeld achterblijft. In het hoopgevende slotdeel toon ik dan omgekeerd het effect van fictie, van de roman die hij alsnog geschreven blijkt te hebben, op de realiteit.’ Als je deze beschrijving leest, kun je vrezen dat een dergelijk boek te experimenteel is voor het grote publiek, en als een nog onbekende auteur dit boek als manuscript naar uitgevers had gestuurd, was het om die reden misschien ook wel afgewezen. Je kunt echter ook vermoeden dat lezers blij zullen zijn. Eindelijk weer eens een boek dat niet het bekende stramien volgt.

Toegegeven, Ulysses zal nooit omarmd worden door het grote publiek, ook niet in vertaling, en de meeste van de andere voorbeelden die Moring noemt in zijn artikel over gevaarlijke boeken evenmin. Maar er zijn veel meer experimenteel te noemen boeken. Bovendien zijn het al lang niet meer alleen de jongeren onder ons die de weg kennen op het internet en als hazen door de krant gaan. Het zou kunnen dat wie voor 1980 geboren is zich minder goed voelt bij al dat schakelen, maar dat betekent niet dat twintigers en dertigers werkelijk meer dingen tegelijk kunnen. Zij maken net zo goed brokken als ze telefoneren tijdens het autorijden. En hoe berichtgeving gemanipuleerd kan worden, is ook geen nieuws meer. Waarom zou het grote publiek dan alleen maar traditionele boeken willen lezen?

Er zijn allicht verschillen. Een meisje dat veel voor de televisie en de computer zit, en behalve gewone boeken ook nog ladingen strips leest, zal een andere stijl van lezen ontwikkelen dan haar buurjongetje dat alleen maar verantwoorde kinderboeken te lezen krijgt. Zij is immers gewend aan de wisselingen van perspectief, sprongen in de tijd, vermenging van genres en verwijzingen naar andere boeken en films waar zelfs de cartoons op de kinderkanalen tegenwoordig van doorspekt zijn. Maar een man van vijftig die zijn leven lang de nieuwste boeken is blijven lezen, en vooral naar de nieuwste films is blijven gaan, zal deze dingen net zo gewend zijn.

Met behulp van beelden kun je veel informatie tegelijk geven, bijvoorbeeld over de ruimte waarin iets gebeurt, waardoor je in film makkelijk kunt schakelen. Ik vermoed tenminste dat daarom de duidelijkste en vroegste voorbeelden van het ‘nieuwe’ vertellen films zijn, zoals Being John Malkovich of het werk van Tarantino, en series als Twin peaks¬†of The singing detective.¬†Feit is dat in producties als deze allerlei postmoderne ideeen zijn te vinden die waarschijnlijk mede daardoor gemeengoed geworden zijn. Ze laten zien dat de werkelijkheid meervoudig is en het individu mogelijk niet meer dan een illusie, waardoor je nooit het hele verhaal kunt kennen. Het is misschien iets makkelijker van dit alles de humor in te zien, als je nog geen dertig bent, gewoon omdat je dan niet beter weet, maar waarschijnlijk zijn de verschillen binnen de generaties groter dan die tussen de generaties, zo is dat meestal. Laten we dus maar aanenmen dat er in alle leeftijdscategorieen mensen zijn te vinden die opademen als ze een boek tegenkomen als David Mitchells Wolkenatlas, waarin zes verhalen die schijnbaar weinig met elkaar te maken hebben toch een geheel blijken te vormen, A.H.J. Dautzenbergs nieuwe boek¬†Extra tijd, dat veel gaat over voetballen maar bijvoorbeeld ook een filmscript bevat, of Terrins roman dus.

Wat de boeken van deze generatie vertellers kenmerkt, is dat het taalgebruik niet duister is zoals in Ulysses, maar dat er verder weinig zinnigs over te zeggen valt zonder te verwijzen naar de vorm, al lijken uitgevers dat in hun flapteksten soms wel te proberen. Deze ‘nieuwe’ soort boeken zijn meer dan traditionele romans een spel zijn de lezer. Je wil niet alleen weten wat er zal gebeuren en waarom personages doen wat ze doen, je vraagt je ook af waarom de schrijver ervoor heeft gekozen het boek nu precies zo in elkaar te zetten. Verhalen worden halverwege afgebroken en later hernomen, de schrijver richt zich direct tot de lezer, personages uit het ene boek komen terug in het andere, feiten en fictie lopen door elkaar heen en ga zo maar door. Overigens lijken de genoemde auteurs deze dingen, die je trouwens al ziet bij Multatuli en in Anna Blamans Eenzaam avontuur, niet te doen om het experimenteren zelf of om zich af te zetten tegen andere schrijvers. Daarmee zouden ze lezers waarschijnlijk veeleer afschrikken. Het is evenmin aannemelijk dat ze zich op deze manier proberen aan te passen aan de wensen van het publiek, want puur behagen doe je zo ook weer niet. Nee, het moet wel zijn dat ze een bepaalde kijk hebben op de relatie tussen fictie en werkelijkheid die wordt weerspiegeld in de vorm van hun boeken. Dat kan ook verklaren waarom zoveel mensen zich erdoor aangesproken voelen. Wat Jeanette Winterson bijvoorbeeld doet in haar experimentele romans is niet gewild, je voelt dat ze het niet anders had kunnen doen. Nu moet je je voor haar misschien wel enige moeite getroosten, maar neem dan Daniel Kehlman. Die wilde voor hij het mozaiekboek¬†Roem ging schrijven naam maken met een meer traditionele roman, maar ook dat werd een dubbelroman, Het meten van de wereld.

Waarom gevaarlijke boeken dan toch zo weinig verkocht worden? Ze laten zich natuurlijk moeilijker ‘uitleggen’, maar je komt ze gewoon ook minder tegen en terwijl liefhebbers van ‘vormgestuurde’ boeken andere boeken vaak net zo kunnen waarderen, ligt het omgekeerde veel minder voor de hand. Het zal dus regelmatig gebeuren dat iemand die blijer zou worden van een zogenaamd experimenteel boek naar huis gaat met een traditioneel boek, waarbij de kans relatief groot is dat het hem zal tegenvallen, zeker als het een plotgedreven roman betreft. Terwijl iemand die niets moet hebben van ingewikkelde constructies niet snel per ongeluk een gevaarlijk boek zal kopen. Al zou hij, of waarschijnlijker dus zij, het er allicht eens op kunnen wagen. Bijvoorbeeld met Post mortem.

Roos Geerse is de initiatiefnemer van Buzzboeken.

Verwant artikel
Lezen we straks allemaal genreromans?

Share Button

geef een reactie