Redacteur Paul Brandt | Literatuur kruipt achter de facade van de omgangsvormen

Waarom wil een uitgeverij het ene boek wel hebben en het andere niet? Paul Brandt, hoofdredacteur bij Nijgh & Van Ditmar, legt uit wat ze bij deze uitgeverij belangrijk vinden, wat volgens hem literatuur is, en wat je als redacteur eigenljik de hele dag doet. door Roos Geerse

Paul Brandt: Ik zal niet snel een boek uitgeven dat pas op bladzijde 80 interessant wordt. (foto: Keke Keukelaar)

Paul Brandt: Ik zal niet snel een boek uitgeven dat pas op bladzijde 80 interessant wordt. (foto: Keke Keukelaar)

Zoals meer uitgevers zit Nijgh & Van Ditmar in een verbouwd grachtenpand waarin je makkelijk verdwaalt met smalle wenteltrappen, opstapjes en afstapjes. Terwijl Paul Brandt (1963) het onder een tafel gekropen dochtertje van zijn vorige afspraak terugbrengt naar haar bezorgde moeder kijk ik om me heen in de kamer die hij deelt met een collega. Er staat een groot boekenrek met van elk bij Nijgh uitgekomen boek een exemplaar en een lagere kast met ruimte voor de post van auteurs. Ik kan de namen op de labels lezen. De grootste stapel ligt naast de stapel met als label ‘spontaan opgestuurd’ en heeft als label ‘afgewezen’. Omdat Brandt voor hij gaat zitten me de brochure van de voorjaarsaanbieding geeft, vraag ik of er een boek is waar hij meer nog dan op de andere trots is, waarop hij begint over de mallemolen die zijn werk is. Je bent als redacteur altijd met een stuk of vijftien projecten tegelijk bezig, die allemaal in een andere fase zitten. Bovendien werkt hij alleen aan boeken waarover hij vanaf het begin enthousiast is. Ik snap het.

Je werk is dus heel divers. ‘Ja, en er zijn natuurlijk ook auteurs die je heel erg moet ondersteunen stilistisch, maar die hebben verder wel een heel goed verhaal, en aan anderen hoef je stilistisch bijna niets te doen.’ Voorbeelden wil hij echter ook nu niet noemen. Hij vindt het wel mooi dat mensen geen weet hebben van wat er achter de schermen gebeurt. Het gaat er toch om wat er uit komt, en dat daar dan wat werk aan zit, okay. En verder verschilt het dus waar een schrijver om vraagt. Zo wil de een vanaf het begin contact, terwijl de ander liever wacht tot een manuscript af is. Sommige auteurs willen bellen, andere willen mailen, en weer andere hebben liever een gesprek op de uitgeverij of in het cafe. ‘Ik zeg vaak, het is voor ongeveer vijftig procent omgaan met de tekst wat wij doen, en het is voor vijftig procent omgaan met de auteur. We zijn toch wel kameleons. Voor een deel pas je je aan en doe je wat een auteur van je verlangt. Maar er moet uiteraard ook altijd een deel zijn dat je zelf sturend bent, bijvoorbeeld als het gaat over hoe je een boek in de markt wil zetten, de titel en het omslag.’

En het begint dus met enthousiasme. ‘Dat heb ik wel moeten leren. Ik dacht eerst, er is zoiets als De Literatuur, en ben je daar wel geschikt voor? Maar volgens mij gaat het er alleen maar om, waar word je zelf enthousiast van?’ En hij legt uit dat er genoeg prijswinnende auteurs zijn waarvan het proza hemzelf minder aanspreekt en dat je dus als auteur moet kijken bij welk fonds je past.

Betekent dat dan dat de redacteuren van Nijgh allemaal ongeveer dezelfde voorkeuren hebben? ‘Er zit in elke uitgeverij natuurlijk wel een soort van DNA.’ Niet dat er geen verschillen zijn. Toen duidelijk werd dat anderen het fonds wel erg op mannen gericht vonden, heeft de uitgeverij er bij de keuze voor een nieuwe redacteur bijvoorbeeld wel op gelet dat dit een vrouw was met een eigen netwerk, maar ook dat deze paste binnen Nijgh & van Ditmar, dat volgens Brandt hem vooral speels is, en gericht op nieuwe dingen. Hij wijst me op het logo op de catalogus waaraan door de vertrekkende uitgever Vic van de Reijt een slogan is toegevoegd. Forever young. Niet dat het hem iets uitmaakt of een auteur jong is of oud, man of vrouw. Zelfs het onderscheid tussen fictie en non-fictie zegt hem niet zoveel. De afdelingen zijn bij Nijgh & van Ditmar ook niet gescheiden. ‘Onze fictie heeft vaak een onderwerp, bijvoorbeeld een maatschappelijk onderwerp, en bij onze non-fictie vinden we dat het de kwaliteit moet hebben van literatuur. Zo praat ik er ook over met auteurs. Zullen we er fictie van maken of zullen we het houden bij non-fictie?’ En dat vind ik dan weer leuk.

Maar hoe vind je nieuwe boeken? Heb je daarvoor bepaalde kanalen? ‘In mijn geval niet. Het is meer dat je altijd een antenne hebt.’ Bedoelt hij dat hij eigenlijk 24 uur per dag redacteur is? ‘Ja, ik ben het eens met mijn vorige collega, Marga Deutekom. Werken in een uitgeverij is geen baan, maar a way of life. Want veel mensen denken dat we hier de hele dag aan het lezen zijn, maar je bent dus de hele dag aan het praten, regelen, mailen.’ Ofwel, lezen moet s’ avonds en in het weekend gebeuren, en dan niet alleen de verschillende versies van een boek, maar ook de krant en andere media, omdat je daarbij op ideeen kunt komen. Brandt noemt als voorbeeld het boek van de man die model heeft gestaan voor de zwarte jongen in de film Les intouchables. Het is wel iets waar hij voor op moet passen, zegt Brandt. ‘Dat je niet te veel tijd spendeert aan het lezen van dingen die uiteindelijk niets opleveren.’

En hoeveel tijd ben je dan nog bezig met spontaan opgestuurde manuscripten? Of laat je dat iemand anders doen? De uitgeverij heeft inderdaad iemand, geen stagiair, die de grote stapel bekijkt, maar er zijn ook altijd manuscripten die de acquirerende redacteuren of de uitgever zelf bekijken, omdat het onderwerp hen aanspreekt of omdat de schrijver een bekende is van een auteur bijvoorbeeld. Overigens worden in redactievergaderingen altijd wel kritische vragen gesteld. ‘Maar als er een iemand echt heel enthousiast is over een onderwerp of over een auteur, dan is er natuurlijk weinig belemmering om dat ook te gaan doen.’

JONKMAN_Zo_gaan_we_CF.inddWe krijgen het over de studentenroman Zo gaan we niet met elkaar om van Renske Jonkman. Brandt zag haar voor het eerst toen hij op Lowlands was met Robert Vuijsje. Voor Vuijsje zou optreden werd zij op het podium geroepen als winnaar van de blogwedstrijd door Leon Verdonschot. Brandt vroeg deze ooit bij hem gedebuteerd auteur naar zijn mening en nadat nog wat van Jonkmans verhalen had gelezen en had vastgesteld dat ze grimmigheid bevatten en humor, besloot hij haar uit te nodigen voor een gesprek. Natuurlijk wist hij op dat moment nog niet of ze ook een roman in zich had, maar dat bleek dus wel zo te zijn. Later bedacht ze nog een originele manier om het boek waarin veel met de trein wordt gereisd te promoten. Ze legde in vijfhonderd treinstellen kopieen van een hoofdstuk met daarop het commentaar van Brandt. Hij staat op om het origineel te gaan pakken, opgetogen, hij vindt dit soort acties om een boek heen leuk. Hij denkt hoe dan ook graag mee over de publiciteit van een boek. In zijn tijd bij het tijdschrift Rails is hij ervan doordrongen geraakt hoe belangrijk het is dat je de aandacht van de lezer trekt. Die besluit immers vaak al binnen een paar seconden of hij verder gaat lezen of niet. Er is zoveel afleiding! Daarom zal hij ook niet snel een boek uitgeven dat pas op bladzijde 80 interessant wordt. Hij wil zelf ook vanaf de eerste bladzijde gepakt worden.

Denken jullie nog in termen van doelgroepen? ‘Je zegt ja tegen een project als je denkt dat er wel een publiek voor is, dat er genoeg mensen zijn voor wie het interessant is.’ Zo is in het geval van het boek van die man in Les intouchables boek is het publiek de mensen die de film hebben gezien. Maar wie dat dan precies zijn, is meer een topic voor de publiciteitsafdeling.

BODDE_Pil 01.inddEn zelf hou je dus van boeken die een beetje schuren, maar waar wel humor in zit. ‘Ja, dat hebben Vic en ik allebei. Niet dat je moet kunnen lachen als je aan het lezen bent, maar meer dat er een tegenwicht is voor de tragiek in een boek. Dan wordt het wat heftiger en minder eendimensionaal.’ Als voorbeeld noemt BrandtPil van Mike Boddé over diens depressie. ‘Doordat hij humor inzet wordt het tragischer en ga je beter invoelen dat hij zich eraan probeert te ontworstelen.’ Volgens hem is ook dat typisch voor Nijgh & van Ditmar. ‘Dat je lichte onderwerpen zwaar brengt, en zware onderwerpen licht.’

Opmaak 1Ik begrijp dat je geen favoriete auteurs hebt. Kun je nog wel zeggen wat je zo goed vindt aan het boek van Gemma Venhuizen dat net is uitgekomen, Alle bessen kun je eten? Brandt legt uit dat Venhuizen volgens hem een duidelijk eigen stem heeft, ook door haar achtergrond als fysisch geograaf. Verder vindt hij de locatie, Spitsbergen, bijzonder. En word je volgens hem ook hier als lezer vanaf het begin beloond. Zo was de stagiaire die de eerste versie meegekregen tot vier uur opgebleven om het uit te kunnen lezen. ‘Kun je ook zo blij van worden, toch?’

En dat ze zo open is over dingen? Brandt reageert enigszins verbaasd. ‘Dat is een voorwaarde toch? Iedereen heeft een facade, van de cultuur en omgangsvormen. Maar dat is het mooie van literatuur, dat kruipt achter dat masker. En juist als iemand dat open en eerlijk doet, is mijn ervaring dat een schrijver dat eigenlijk nooit wordt verweten.’ Zelf denk ik dat er wel degelijk lezers zijn die zich soms een voyeur voelen, maar Brandt kan zich dat eigenlijk niet voorstellen. Voor hem is het een niet alleen een kenmerk van goede literatuur dat de schrijver dingen laten zien die mensen gewoonlijk verbergen. ‘Ik denk dat dat de reden is dat mensen literatuur blijven lezen.’

We hebben het nog een tijdje over de strips van Barbara Stok. Brandt laat me de flessen wijn zien met op het label haar Vincent, een idee waar hij op kwam tijdens zijn vakantie. En dan gaan we naar beneden naar de kelder waar dicht op elkaar de boekenrekken met presentexemplaren staan. Brandt heeft me een exemplaar beloofd van Zo gaan we niet met elkaar om. En zo verlaat ik het pand, een boek rijker.

Update! In april 2014 is Paul Brandt een eigen uitgeverij begonnen.

Roos Geerse is initiatiefnemer van Buzzboeken

Share Button

geef een reactie