Schrijfdocent Ton Rozeman | Het bijzondere in het gewone zien, of het gewone in het bijzondere, dat is de kunst

Ton Rozeman (1968) is pleitbezorger van het korte verhaal. Hij schrijft zelf korte verhalen en blogt erover. Daarnaast is hij docent aan de Schrijversvakschool. In dit mailinterview vertelt hij hoe hij kijkt naar verhalen en wat je kunt doen om je als schrijver te ontwikkelen. door Roos Geerse

Ton Rozeman: Volgens mij vertoont een kort verhaal meer verwantschap met poëzie dan met romans. (foto: Quintalle Nix)

Ton Rozeman: Volgens mij vertoont een kort verhaal meer verwantschap met poëzie dan met romans. (foto: Quintalle Nix)

Lezend in je boek Korte verhalen schrijven, of bladerend door de bundels van de door jou bewonderde Lydia Davis, krijg ik het idee dat als het gaat om korte verhalen eigenlijk alles wel mag. Anything goes. Klopt dat? Of zijn er nog steeds wel regels waaraan je je als schrijver zou moeten houden? Het gaat om kijken, om waarnemen, om zien met nieuwe ogen. Niet voorgeprogrammeerd zijn, niet vooringenomen. Of ten minste: zien dat je voorgeprogrammeerd bent, vooringenomen. Schrijven is als vele kunstvormen een weergave van die poging tot kijken. Schrijf niet zoals je denkt dat er geschreven moet worden, maar ga op onderzoek uit. Wat is eigenlijk een verhaal? Je kunt het antwoord vinden op wikipedia en in schrijfboeken, maar dat is niet waar het om gaat. Het gaat er niet om dat er regels zijn, of dat er juist geen regels zijn. Kijk en ontdek wat kijken is. Schrijf en ontdek wat schrijven is.

Je geeft les aan de Schrijversvakschool Amsterdam. Kun je iets vertellen over de mensen die de vierjarige opleiding doen? Kun je bij het aannemen van studenten of misschien verderop in het eerste jaar al zien wie er echt zullen doorbreken? Vanaf achttien, soms zelfs iets jonger, schuiven alle leeftijden aan. Meer vrouwen dan mannen, maar omdat we best groot zijn, kom je toch ook veel mannen tegen. Sommige studenten hebben geen vooropleiding, anderen zijn afgestudeerd. Er is voor de vierjarige opleiding, anders dan voor de ‘losse’ cursussen, een selectie aan de poort, zodat we aan de slag gaan met schrijvers die volgens ons enige of zelfs veel potentie hebben. Of iemand echt gaat doorbreken kan ik vooraf niet inschatten omdat het niet een kwestie is van talent alleen. Net zo belangrijk is: kun je als schrijver met feedback omgaan? Durf je je verder te ontwikkelen of blijf je hangen in wat je al redelijk kunt? Maak je dagelijks tijd om te schrijven, en dan niet een week of een maand, maar gedurende de vier jaar van de opleiding en ook daarna? Kun je de onzekerheid aan?

Je bent zelf ook afgestudeerd aan de Schrijversvakschool. Kun je zeggen wat het belangrijkste was wat je daar geleerd hebt? Wellicht dat het niet één ding is, dat het meer gaat om de totale invloed die de opleiding heeft. Die vier jaar zijn een snelkookpan. Je ontwikkeling komt veel eerder op stoom dan zonder een opleiding. Het is leerzaam om feedback te krijgen, wekelijks, van docenten en mede-studenten. Het komt je werk ook ten goede om te leren herschrijven. Om routine te krijgen. Om met andere vakken in aanraking te komen. Als student kwam ik voor proza, maar ik heb ook veel geleerd van poëzie, filmscenario en toneel.

Hoe belangrijk is het voor een schrijver om zelf veel fictie te lezen? Kan het ook nuttig zijn om bijvoorbeeld films te kijken of het nieuws te volgen? Fictie, kunst, neem het vooral tot je, geniet ervan, verrijk jezelf ermee, in wat voor vorm dan ook. Ik ben op ideeën gebracht door verhalen, door speelfilms, poëzie, muziek, ook instrumentale muziek, door schilderijen, filosofie. Ideeën voor de vorm, ideeën voor de inhoud.Ik denk dat je als korteverhalenschrijver veel inspiratie in poëzie kunt vinden, veel meer nog dan in romans. Volgens mij vertoont een kort verhaal meer verwantschap met poëzie dan met romans. En het nieuws volgen? Ik doe het zelf niet, ik ervaar het als beperkt en beperkend, maar ik hoor wel eens van collega’s dat iets in het nieuws ze heeft aangezet tot het schrijven van fictie.

Je weet zoveel over hoe verhalen werken. Heb je dan zelf nog een redacteur nodig? Al die technieken, ze zijn slechts bijzaak. Het gaat om gevoel. Je kunt een kind vertellen over hoe hij moet fietsen zonder zijwieltjes, maar het gaat niet zozeer om weten als wel om ervaren. Bij schrijven is dat niet anders. En omdat het bij schrijven ten eerste en ten laatste om gevoel gaat, blijft het belangrijk om met een redacteur van gedachten te wisselen over hoe iets overkomt, over wat voor indruk het maakt, wat zijn gevoel hem vertelt. Ook als ik werk van studenten lees, doe ik dat op gevoel. Als ik voel dat iets me niét raakt, dat ik word afgeleid, dat ik het niet geloof, ga ik letten op techniek. Als het me wél raakt, dan kan ik er zo in opgaan dat ik vergeet op de techniek te letten.

Ton Rozeman elders op bb over Varianten van ongemak en andere verhalen van Lydia Davis. 'Kan een verhalenschrijver bijna 35 jaar in het vak zitten en nog steeds door het leven gaan als vernieuwend? Lees Lydia Davis en je zult het beamen. Sprankelend proza dat het denken over verhalen op zijn kop zet.'

Ton Rozeman elders op bb over Varianten van ongemak en andere verhalen van Lydia Davis. ‘Sprankelend proza dat het denken over verhalen op zijn kop zet.’

Je eigen verhalen zijn vooral psychologisch. Ze zijn in ieder geval niet gesitueerd in verre oorden, bijzondere subculturen of andere tijden. Gaan de boeken die je zelf leest gewoonlijk ook over gewone mensen? Het bijzondere in het gewone zien. Of het gewone in het bijzondere. Dat is de kunst. Iets afdoen als te gewoon, dat is voorbijgaan aan iets essentieels, dan heb je de moeite niet genomen om erin door te dringen. En ook als je het bijzondere afdoet als alleen maar bijzonder, heb je volgens mij niet goed genoeg gekeken. En ja, ik lees veel verhalen over ‘gewone’ mensen in ‘gewone’ situaties, en ik ontdek daar steeds iets bijzonders in, iets nieuws ook, zelfs in verhalen die ik al een aantal keer heb herlezen. Aan de andere kant sta ik zeker open voor het ongewone (en daarin ook het gewone) dat gezien wordt door schrijvers als de Amerikaanse Lydia Davis, de Japanse Yasunari Kawabata, of de Braziliaanse Dalton Trevisan.

Tenslotte, maakt het jouzelf nog iets uit of een boek traditioneel is of experimenteel, en of het veel beschrijvingen heeft of juist een kale stijl? Of het een positieve strekking heeft of eerder aan de cynische kant is? Ik houd van korte verhalen, en vind het heerlijk ze tot in alle uithoeken te ontdekken. Traditioneel of experimenteel is me daarbij om het even. Met cynisme kan ik niet uit de voeten, dat heeft niet te maken met het al dan niet kunstzinnige van cynische verhalen, maar met mijn eigen levensovertuiging. Ik geloof dat cynisme dingen kapot maakt, ik wil erbij uit de buurt blijven. Maar studenten mogen zo cynisch schrijven als het ze goeddunkt, die wil ik mijn levensovertuiging niet opdringen.

Roos Geerse is de initiatiefnemer van Buzzboeken en de Boekenmakersbende.

Ton-Rozeman-Korte-Verhalen-Schrijven-698x1024

 

Het schrijfboek van Ton Rozeman heet Korte verhalen schrijven. Zijn blog is www.korteverhalenschrijven.nl.
 

steun ons en bestel via bb bij bol, cosmox, ebook.nl, bruna of polare

Share Button

geef een reactie