Shira Keller | Als je iemand ondanks alle narigheid het gevoel kan geven dat het leven toch zin heeft, dat vind ik mooi

Ik zag Shira Keller voor het eerst terwijl ze werd geinterviewd in de Utrechtse boekhandel Savannah Bay en wist meteen. Dit kleine meisje heeft iets en kan iets. Ik ging haar roman M., over de beeldhouwster Leah die als vijftienjarige een relatie had met haar docent klassieke talen, lezen en werd niet teleurgesteld. En nu twee weken later, zit ze tegenover me op de bank. door Roos Geerse

We hebben het over waar Keller (1985) nu woont. Eerder dit jaar is ze teruggekomen uit het Zwitserse dorpje waar ze samenwoonde met een al wat oudere goochelaar om op de zolder van uitgeverij Podium verder te werken aan haar roman. Dat was misschien niet nodig geweest, maar maakte het wel makkelijker te overleggen met haar redacteur. Aan de eerste versie die ze een half jaar daarvoor had opgestuurd heeft ze namelijk nog van alles veranderd en toegevoegd. Dat Leah een beeldhouwster was bijvoorbeeld heeft ze pas op het allerlaatste moment bedacht, terwijl dit gegeven in de eerste bladzijden van de roman al een rol speelt.

Ben je eigenlijk gaan schrijven omdat je in Zwitserland zat en daar niet veel anders kon doen? Nee, dus. Na de theaterschool wilde ze iets gaan doen waarbij ze niet afhankelijk zou zijn van andere mensen of geld. ‘Dus toen dacht ik, ik schrijf gewoon een boek.’ Op dat moment nam ze het zelf overigens nog niet zo serieus.’ Ze ging naar Zwitserland, op vakantie, maar ook om weg van alle drukte te kunnen schrijven. ‘En toen kwam ik mijn vriend tegen en bleef ik hangen!’

En wanneer dacht je, dit kan wel eens gaan lukken? Eigenlijk is ze tot het moment dat ze haar manuscript opstuurde blijven twijfelen of het wel iets worden zou. ‘Ik wilde het wel echt doen en ik zei tegen iedereen dat ik het deed. Ik dacht, misschien ga ik dat zelf ook nog geloven.’ Maar hoe leuk ze het schrijven ook vond, de twijfel bleef. ‘Toen heb ik het toeristenbureau waar ik werkte gebeld en gezegd, ik kom volgende week vrijdag een manuscript brengen om te printen, mag dat? Vervolgens ben ik een week lang als een gek gaan schrijven. En toen was het af.’ Of niet af, maar rond. Ze wist dat ze een redacteur nodig zou hebben om het helemaal goed te krijgen. Daarom vertelde ze zichzelf ook, dat als geen uitgeverij er iets in zou zien, waar ze maar vanuit ging, ze het in ieder geval geprobeerd had. Maar al na een week had de eerste uitgeverij gereageerd.

Je kon uiteindelijk kiezen uit drie uitgevers. Waarom koos je voor Podium? ‘Omdat het gewoon een superuitgever is!’ Inmiddels kijkt ze van elk boek eerst wie de uitgever en de redacteur zijn. Op het moment dat ze haar manuscript af had, wist ze echter nog niks van uitgevers. Ze stuurde het daarom naar de uitgeverijen van de boeken die ze zelf in de kast had staan om vervolgens op basis van de gesprekken met de geinteresseerde uitgevers haar keuze te bepalen.

Toen had je dus een echte redacteur als stok achter de deur, maar vertelde je in Utrecht, je hebt dus ook een tijdje een virtuele redacteur gehad. ‘Ja, ik had een emailadres aangemaakt van een redacteur die ik zelf bedacht had en die stuurde me elke dag een mail. Ik wil vandaag de eerste duizend woorden alsjeblieft. En kun je daar en daar nog eens aan werken. Of kun je alvast een personagelijn maken, want-. Ik vond het zelf wel intelligente vragen van die redacteur! En ik daar elke dag keurig op antwoorden ’s avonds. Sorry, het gaat vandaag echt niet meer lukken, maar ik beloof je, morgen-. Op een gegeven moment vond ik het iets te belachelijk worden. Maar het heeft een tijdje gewerkt!

Ben je er trouwens nog lang mee bezig, als je iets geschreven hebt, of bedenk je vooraf al vrij precies wat je wil doen? Het zit iets anders, legt Keller uit. Ze heeft wel veel tijd nodig om in de schrijfflow te komen. ‘Want je kan wel met jezelf afspreken, dan en dan ga ik me er vol op concentreren, en dat lukt dan ook wel eens, maar die flow, die dient zich altijd op het laatste moment aan. En in de periode daarvoor geloof je niet dat ‘ie komt.’ Maar het is dus geen rationeel proces. ‘Het is vaak denken hoe moet het en er komt geen antwoord, en dan schrijft het zich vanzelf.’ Zo schreef ze in de week voor ze haar manuscript instuurde twintig uur per dag. ‘Mijn vriend mocht niks zeggen, en eten deed ik tijdens het schrijven.’ Keller doet het voor en bekent. ‘Eigenlijk is dat heel fijn. Ook al leef je dan niet.’ Overigens leest ze ook wat ze in zo’n flow heeft geschreven nog twintig keer door voor ze het naar haar redactrice stuurt, omdat ze zeker wil weten ‘dat het niet genant is.’ Want hoe leuk ze het schrijven dus ook vindt, het is niet zo dat het haar aan komt waaien. Ze doet, zoals ze het zelf noemt, ook gewoon erg haar best.

Ook als een boek niet autobiografisch is, kun je het idee krijgen dat een schrijver bepaalde dingen kent uit eigen ervaring. Dat had ik in dit geval onder meer bij de beschrijving van het oogcontact tussen Leah en haar leraar. Zo kun je een gevoel krijgen van wie de schrijver is als persoon. Is dat ook jouw doel? Nee, dus. Ze heeft wel gebruik gemaakt van de herinneringen aan haar eigen oma bijvoorbeeld, maar niet omdat ze wil dat mensen haar leren kennen. ‘Ik hoop daarmee aan iets groters te raken.’ Wat ze nastreeft, is herkenbaarheid. ‘Zodat het over meer gaat dan alleen over mij.’

Volgens mij is M. om verschillende redenen zeer geschikt als lijstboek voor scholieren. Het is een roman waarin alles klopt, zoals dat ook altijd het geval is bij Harry Mulisch en Jeroen Brouwers, met motieven en symbolen als klokken en spiegels en verwijzingen naar de klassieken. De roman bevat echter geen uitgebreide beschrijvingen of lange uitweidingen. Weet je al of je volgende boek ook zo zal zijn? ‘Heel erg bedankt voor de vergelijking. Maar ik doe eigenlijk maar iets dat voor mij klopt.’ Ze weet zelf nog niet wat haar stijl is en ook niet waar haar volgende boek over zal gaan. Wat ze wel zeker weet, is behalve dat haar volgende boek dikker moet worden, dat ze niets moet hebben van vooropstelde ideeen over hoe iets zou moeten. Op de toneelschool merkte ze al hoe fnuikend dat soort ideeen kunnen zijn, maar ze ziet het ook bij schrijvers. ‘Dat het doodbedacht is.’

We hebben het een tijdje over Brouwers, van wie ik weet dat Keller hem bewondert. Ik vertel dat ik zelf ben afgehaakt bij zijn roman Zomervlucht, omdat daarin alles weer klopte en ik dat zo langzamerhand wel gezien had. Zelf vindt ze ook vooral de autobiografische Indiëromans goed. Een docent op de toneelschool had haar deze aangeraden omdat haar vader, en trouwens ook Leah’s vader, net als Brouwers als kind in een jappenkamp had gezeten. Dat ze daar verder niets van wist, maakte de boeken van Brouwers natuurlijk extra boeiend. Maar los daarvan, dat hij met zulke persoonlijke dingen je weet te raken, zodat je je in hem gaat herkennen. Dat vindt ze kunst. Ik denk aan Leah die met haar leraar misschien ook wel haar vader probeert te redden en vraag of de geschiedenis van haar eigen vader een rol kan hebben gespeeld in haar eigen leven. Keller vermoedt van wel, maar onbewust, zoals het verleden van Leah’s vader ook alleen maar een rol speelt op de achtergrond. Ze laat de lezer graag zijn eigen verbanden leggen, als hij dat wil tenminste. Het hoeft niet!

Zijn er ook nog recenter uitgekomen boeken die je kunt aanraden? ‘Ik kan Strak blauw aanraden van Renee van Marissing. Heel vrije stijl. Het gaat over een vrouw die heel veel prikkels binnen krijgt die ze niet kan filteren. Als lezer zit je in haar hoofd en krijg je al die prikkels mee. Je denkt Meisje, doe nou maar rustig! ‘ Ze zegt het alsof ze de hoofdpersoon nog kan kalmeren. ‘Maar het wordt alleen maar erger!’ Het tweede boek dat Keller kan noemen is De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst. Waarom? ‘De stijl en de humor. En wat hij ermee vertelt, want het is ook een soort ode aan het leven. Het is een heel hoopvol en een heel triest verhaal.’ Maar ook Speeldrift van Juli Zeh vond ze goed, net als Wij van Elvis Peeters, twee boeken die het nihilisme laten zien dat volgens Keller kenmerkend is voor haar generatie. Heel confronterend.

Waar zie je dat nihilisme dan? ‘Ik merk het bij mezelf. Dat ik heel weinig houvast heb.’ Volgens Keller kan die onduidelijkheid over wat goed is en wat niet ertoe leiden dat je de grenzen gaat opzoeken, zoals de jongeren in de genoemde boeken van Zeh en Peeters dan doen. Ze ziet zichzelf zover niet gaan, maar toch. Hoe weet je, als je je zo weinig gebonden voelt aan regels, of je werkelijk niet in staat bent tot de dingen waartoe een Dutroux in staat is?

Kun je aangeven waarop je let in een boek? Heb je bijvoorbeeld een voorkeur voor boeken die hoop geven? ‘Ik vind het zelf wel belangrijk dat er hoop is. Als ik een boek lees dat alleen maar heel naar is, dan raakt het me toch minder. Ik vind het een beetje gemakkelijk! Als je iemand ondanks al die nare dingen het gevoel kan geven dat het toch allemaal zin heeft, dat het toch mooi is om te leven, dat vind ik een veel mooier doel.’ Daarom heeft ze in M. ook geprobeerd een soort oplossing te geven, overigens zonder dat het echt een oplossing is. Verder heeft Keller geen voorkeur als het gaat om stijl. Zo kan ze verdwijnen in boeken die wel een mooie stijl hebben, maar waarin het verder vooral gaat om wat er gebeurt, zoals Verloren grond van Murat Isik, maar geniet ze evenzeer van boeken die wel een verhaal hebben, maar waarin je niet op die manier kan verdwijnen omdat ze je voortdurend aan het denken zetten, zoals Strak blauw dus. Alleen met thrillers bijvoorbeeld heeft ze niet zoveel. Toen ze in een boekhandel werkte, heeft ze eens zo’n goedverkopend boek geprobeerd, maar ze was oprecht verbaasd. ‘Dat je zo slecht kan schrijven, en zoveel succes kan hebben!’ Keller vermoedt dat voor de meeste mensen de stijl van een boek niet zo belangrijk is. Ze haast zich erbij te zeggen dat dat ook niet hoeft. Alleen op haar heeft de manier waarop de typische thriller is geschreven dus een averechtse uitwerking. ‘Het is de bedoeling dat je erin getrokken wordt, maar ik word er bij elke zin uitgeslingerd!’ Gelukkig, besluiten we dan, zijn in de meeste boekhandels nog steeds beide soorten boeken te krijgen.

Bij het uitwerken van het interview kom ik op allerlei vragen die ik vergeten ben te stellen, of niet durfde te stellen. Zou M. bijvoorbeeld ook een onbewuste poging van Keller geweest kunnen zijn om niet alleen de lezer, maar ook haar vader gerust te stellen, tegen hem te zeggen wat de moeder van Leah tegen haar man zegt, het was niet jouw schuld? Ik zou het haar natuurlijk kunnen vragen per mail, maar ik zie daarvan af omdat ik het met Keller eens ben. Sommige dingen hoef je als lezer niet te weten. Vermoeden is genoeg.

Roos Geerse is de initiatiefnemer van Buzzboeken

Om meer over Kellers boek te lezen of het te bestellen, ga naar M. Het oorspronkelijk van dit interview gemaakte filmpje vind je hier. Een fragment vind je hier.
 
 

 

Share Button

geef een reactie