Uitgever Vic van de Reijt | Vroeger lagen auteurs op hun knieen voor de uitgevers, nu is dat andersom

Uitgever en biograaf Vic van de Reijt vertelt over auteurs die zich gedragen als voetballers en uitgevers die elkaar na-apen, maar ook over de boeken die hij zelf goed vindt en wat hij geleerd heeft van Elsschot. door Roos Geerse

Foto gemaakt door de barman

De bedoeling was een mailinterview, maar de uitgever van Arnon Grunberg spreekt liever af in de kroeg, waar hij zijn gedachten beter kan ordenen dan op zijn kantoor. Ik antwoord, okay. En de volgende dag zit ik in het Amsterdamse café waar Vic van de Reijt (1950) een eigen stoel heeft. Van de Reijt heeft een boek voor me meegenomen, Pornografie in de Nederlandse literatuur, dat leek hem wel wat voor mij. Nadat we het kort hebben gehad over dit boek dat het resultaat is van een door Grunberg georganiseerd congres een jaar geleden komt het gesprek op Willem Elsschot, over wie Van de Reijt vorig jaar een biografie heeft afgeleverd. Het is duidelijk dat hij veel bewondering heeft voor zijn onderwerp, zowel voor de schrijver Elsschot als voor de zakenman De Ridder. Maar hij is zelf toch ook een zakenman? Dat is hij echter niet met me eens, hij is immers gewoon in loondienst, en hij verklaart. ‘Of ik het nu heel goed doe of heel slecht, ik krijg mijn salaris. Ik heb wel kansen gehad om een eigen uitgeverij te beginnen, maar ik denk niet dat ik er dan zoveel naast had kunnen doen. Het is voor mij altijd een ontsnapping, de dingen die ik zelf doe, om een beetje uit die dienende rol te komen.’

Is een uitgever zo’n gedienstig mens?
‘Dat is hij wel geworden! Vroeger lagen auteurs op  hun knieen voor de uitgevers, nu is dat andersom. De vedettencultuur is enorm toegenomen, het is net de voetballerij, je hebt heel veel uitgeverijhoppers nu onder de auteurs. Vroeger keken die wel uit. Bovendien hadden de uitgevers een gentlemen’s agreement dat ze van elkaar auteurs afbleven.’ Op de vraag met wie dit veranderd is, noemt Van de Reijt als eersten Mai Spijkers (Prometheus) en Oscar van Gelderen (Lebowski), twee mannen die hem in Vrij Nederland de beste in hun vak noemden. ‘Ja, daarom komen ze ook bij mij shoppen.’ Zelf zal hij nooit een auteur wegkapen, al was het maar omdat dan meteen de machtsverhouding is veranderd. ‘Een overgestapte auteur stelt eisen en zal altijd roepen, ik ben alleen maar voor jou gekomen.’

Hoe komt het dan dat jullie uitgeverij (Nijgh & Van Ditmar) niet leegloopt? ‘Wij zijn goed in het aanboren van nieuwe talenten.’ Dat moet hij trouwens toegeven. ‘Oscar zet ook zijn eigen sporen uit. En het feit dat die twee mij noemen, zegt ook wel iets over het gemeenschappelijke. Oscar en ik editen nog zelf en Mai is in zekere zin ook nog een inhoudelijke uitgever. Verder zit iedereen elkaar na te apen. Nu met die erotische boeken. Ik zou me generen, niet vanwege het onderwerp, maar vanwege de na-aperij. Bedenk zelf wat!’ Zelf heeft hij de lichte cultuur wat zwaarder gemaakt, en andersom, door bijvoorbeeld Willem Wilmink uit te gaan geven. En dan heeft hij vorig jaar nog het tijdschrift opgericht De God van Nederland. ‘Een idioot blad natuurlijk en maar voor een heel kleine groep te begrijpen, maar dat zijn wel de interessantste mensen.’ Het moet bovendien nieuwe schrijvers opleveren, liefst van de generatie tussen de twintig en dertig.

Je bent zelf nu in de zestig en al 25 jaar in dienst. Gaat het moeilijk worden een opvolger te vinden? Hij twijfelt. Nijgh & Van Ditmar is de oudste literaire uitgeverij van Nederland, dit jaar vierde men het 175 jarig jubileum, en zelf heeft hem dat altijd een fighting spirit gegeven. ‘Maar uitgeven is een heel moeilijk vak. Je hebt vaak heel goede redacteuren en heel goede zakenmensen, maar je hebt beide dingen nodig. Ik doe altijd of ik heel literair ben en inhoudelijk, maar stiekem ben ik natuurlijk ook een handige zakenman. Ik heb heel veel van Elsschot geleerd.’ En hij geeft wat voorbeelden uit de zakelijke correspondentie van Elsschot, of dus eigenlijk De Ridder. ‘De strijkages. Ik feliciteer u met uw talent. Maar ook redeneringen. Als hij iets van iemand gedaan wil krijgen. Gij zult toch met mij eens zijn, dat- Of als hij in iemand geen zin heeft. Ik raad u af om met mij in zee te gaan, u zou een slechte zaak doen.’

Wat zou je zeggen van Van Gelderen? Die zou hij wel als opvolger kunnen zien. Want hij vindt dus helemaal niet dat het een kloon van hemzelf zou moeten zijn. ‘En in de cultuur van nu moet je er ook staan. Ik ben de laatste uitgever die ermee wegkomt dat hij niet twittert.’ Spijkers vindt hij trouwens net zo competent, maar die ziet hij weer niet in een concern werken. Nijgh is onderdeel van de Weekblad Persgroep, wat betekent dat er minder druk is om winst te maken en men bijvoorbeeld niet de hagelmethode hoeft toe te passen die Spijkers gebruikt door heel veel uit te geven om zich vervolgens te richten op de auteurs die goed blijken te verkopen. Van de Reijt zegt het zonder oordeel.

Van de Reijts eigen stoel

De directeur van de literaire tak van WPG, Paulien Loerts, komt even binnen. Ze ziet dat Van de Reijt in gesprek is en verdwijnt weer, maar niet zonder te vragen naar Buzzboeken. Dus jullie gaan buzzen over boeken? Precies! En jullie gebruiken WordPress? Niks mis mee, hoor! Ik ben een grote fan van WordPress. En dan? Wat is jullie verdienmodel? Na haar vertrek fantaseert Van de Reijt kort over een Frankfurter Buchmesse zonder rechtenagenten, hij laat zich nog eens ontvallen dat er best meer elitaire mensen zouden mogen zijn, want die kopen tenminste boeken, en nadat hij nog een Duvel besteld heeft, komen we op hem als lezer. Hij vertelt dat hij zelfs op vakantie geen thriller kan lezen zonder de verkeerde zinsconstructies aan te kruisen.

Maar je kunt dus wel genieten van een thriller? Zeker! In dit geval dus van Het strand van de verdronkenen van Domingo Villar, dat speelt in de streek waar hij naar toe ging op vakantie, Galicië, en dat in de thrillergids van Vrij Nederland vijf sterren had gekregen. ‘Dat neem je mee en dat verrijkt je reis!’ Boeken van auteurs die de wereld beschrijven met zichzelf in het middelpunt interesseren hem minder. Hij leest liever boeken van tegendraadse auteurs, over mensen die het gevecht met hun omgeving aangaan. Als voorbeeld noemt hij het bij Nijgh verschenen Mambo Jambo van Arthur van Amerongen. ‘Een ontzettend aantrekkelijk boek. Avontuurlijk, je komt in landen en situaties terecht waar je zelf niet in terecht zou komen, en dat is wat ik in een boek graag aantref.’ Even later parafraseert hij. ‘Godverdorie, ik zit hier in Paraquay met een vrouw en zeven honden en straks moeten we het vliegtuig halen. Hoe moet dit?’

kousboekJij bent dus een lezer die graag in andere situaties terecht komt, maar dat zal niet voor alle lezers gelden. ‘Nee, en natuurlijk gaat een fonds ook op je lijken.’ Briljant schrijven is dan ook niet altijd een voorwaarde, daar is met bureauredactie wel wat aan te doen, een schrijver moet vooral nieuwsgierig zijn. Iemand die hem in ieder geval nieuwsgierig maakt, is Gabriël Kousbroek. Hij heeft zijn verhalen bij zich om thuis bij te werken. ‘Heel interessante jongen. Schrijft en tekent. Misschien niet de beste stilist, maar wel iemand die iets te vertellen heeft, iemand die iets moet.’ (Inmiddels is het debuut van Kousbroek verschenen. Bekijk hier alvast een fragment. RG)

Maar je kunt ook een boodschap hebben zonder dat je meteen naar andere landen gaat. Nu begint Van de Reijt een beetje te hakkelen. Uiteindelijk legt hij uit dat hij het TIPS systeem hanteert dat ook gebruikt wordt in de voetballerij. Dat wil zeggen dat hij let op vier dingen. Techniek, intelligentie of innerlijke noodzaak, persoonlijkheid en snelheid of commercie. Daarbij zijn voor hem de eerste twee de belangrijkste. Bij Grunberg zag hij bijvoorbeeld meteen de T en de I, en vermoedde hij dat hij de P en de S nog wel zou ontwikkelen, wat natuurlijk ook gebeurde. Maar ‘heel veel uitgevers beginnen tegenwoordig bij de P en de S.’ Opeens hoort hij dat dat klinkt als pain in the ass en tevreden stelt hij vast. ‘Zoiets ontdek je niet achter je computer. Ik zeg ook altijd, hier gebeurt het. Aan dit tafeltje heb ik alle boektitels bedacht, de interessantste gesprekken gehad, schrijvers overgehaald om naar Nijgh te komen.’

En beschrijvingen in een boek, vind je die belangrijk? ‘Dat hangt erg van de literaire stijl af. Als iemand zich te buiten gaat aan interieurbeschrijvingen van twintig zinnen, dan haak ik ook af. Of je moet iemand als Reve hebben.’ Belangrijker vindt Van de Reijt humor, en dan met name zelfspot. ‘Het kost mij erg veel moeite een boek zonder humor uit te geven. En dan is het ook geen literatuur.’

Buzzboeken wil boeken onder de aandacht brengen die ofwel terecht bekend zijn of ten onrechte niet bekend zijn. Kun je een titel noemen van een boek dat terecht bekend is? Van de Reijt heeft het liever over onbekende boeken, maar een bekend boek? Laat ze dan van Elsschot Het dwaallicht lezen. De eerste keer dat hij het las, vond hij het zijn beroerdste boek, maar nu hij de leeftijd heeft waarop zijn held het schreef, denkt hij daar anders over. Het was ook zijn voorstel voor de campagne Nederland leest. Omdat het een mooi boek is natuurlijk, maar ook vanwege het gesprek dat in deze novelle plaatsvindt tussen christendom en islam. Al in 1947!

En een boek dat ten onrechte niet bekend is? Mambo jambo? Daarvan is de verkoop inderdaad en onverdiend blijven steken, maar het beste boek van het jaar is wat Van de Reijt betreft van een schrijver die is overgestapt van Nijgh naar Lebowski, Erik-Jan Harmens. De man die in zijn eentje de Olympische Spelen organiseerde. ‘Het is een beschrijving van een eenling die het gevecht met de wereld aangaat. Kort, compact. Elsschotiaans! Wat het bijzonder maakt, is de taal. De vergelijkingen die hij maakt, zijn zinnen.’ En hij vat samen. ‘Uiteindelijk gaat het toch altijd weer daarom, of iets goed geschreven is en of iemand iets kan.’ Alleen jammer van die titel!

Naschrift. Inmiddels is de opvolger van Van de Reijt bekend, het is Elik Lettinga geworden, die hiervoor uitgever was bij de Arbeiderspers.

Roos Geerse is de initiatiefnemer van Buzzboeken. Ze ontmoette Van de Reijt eerder naar aanleiding van een manuscript dat ze hem had toegestuurd maar dat hij te experimenteel vond voor een debuut.

 

Lees meer over de biografie die Van de Reijt schreef over Elsschot  Elsschot | Leven en werken van Alfons de Ridder
 
 
 
 

Share Button